Over de natuurlijke roes

De natuurlijke roes’ is een keuze die geen keuze is.
Een stationair subatomaire toestand.
Beweging zonder meer, zonder doel, zonder belemmering.
De balans die leven heet: tussen lust en liefde.

Alles stroomt óók als ons bewustzijn niet gewekt wordt.
Wordt het bewustzijn van de natuurlijke roes wel gewekt
dan is het onmiddellijk aangesloten op een denktank waar ik, Henk van Leuken,
slechts de woordvoerder van mag zijn.
Zie deze site dan ook als iets van jezelf, als deelname,
als ultiem verschil met al het Andere.

Dit lijkt op wartaal.
En als u tevreden bent met uw gezondheid en uw gedachten op dit moment,
over het leven en fundamentele vragen daarbij,
dan moet u snel weer afsluiten want dan kunt u op deze site niets vinden.
Maar u zult dan ook nooit antwoord vinden op de vraag of
het gezochte al op voorhand gekend kan zijn?

Vindt u overigens nu al dat het gezochte op voorhand gekend kan zijn,
dan heeft u óók niets op deze site te zoeken.
Want de natuurlijke roes is voornamelijk een ‘deelnemen’,
dit wil zeggen dat we beslist iets zullen gaan vinden.

“Vinden” heeft altijd iets van doen met gevoel en we zullen dan ook inzien
(het bij onszelf te rade gaan) dat we dat laatste verwaarloosd hebben
met alle gevolgen van dien, niet alleen voor ons lichaam maar ook voor onze natuur.
Cultuur is nadien een feit maar deze list betekend ook verval van fijngevoeligheid,
want we leren ons gevoel te beschermen of te gebruiken om aan te vallen.
Oorlog treedt voor het eerst op als ‘idee’.
Idee blijkt niet meer dan een substantie en werkt daardoor
als vervreemding van natuur door verlies van het ultieme verschil.

Alles is echter natuur.
En ons lichaam is in het bijzonder dat organisme
wat als schoonste van die natuur gewaardeerd wordt
als dragers van dat uitzonderlijke van gevoel: het talige.
Gods woord of Darwins nightmare, het doet er niet toe.
Want herstellen we het gevoel, dan gaan we voor de natuurlijke roes.
Dit laatste (Gevoel) resulteert in een bijzonder oordeel ten aanzien
van wetenschap (Denken), de techniek en de kunsten (handeling).

Leven in lust en liefde veronderstelt de driedimensionale ervaring.
En in de drie dimensies gaan we voor een evenwicht.
We gaan zien dat de wetenschap haar eigen problematische object creëert: 

de substantie.
Maar na wat omzwervingen door de tijd
en langs grote denkers komen we alsnog terecht bij de twijfel,
de basis van ons gevoel, met als enige resterende vraag
of we bij twijfel wél een grens aan die grens kunnen zien?

Sinds de oude Grieken zijn wij bezig met zoeken,
de wetenschap heeft immers sindsdien de ‘werkelijkheid’ op het oog,
maar omdat we nog steeds zoekende zijn en daardoor óók bezig zijn
uiteindelijk voortdurend uit te stellen iets te mogen vinden,
rekenen wij af met die zoektocht.
Wij laten u kennis maken met het verschijnsel promillagebewustzijn
en trachten dat in de wortels bloot te leggen
door die wijze van denken te analyseren,
de consequenties ervan op te sporen
door ze af te zetten tegen mogelijke alternatieven.
Deze werkwijze noemen we
Cabarennis
en duidt op die activiteit van een kritische blik
die op alle fronten naar de werking
van de drug der drugs spoort want…………

Wij gaan terug in de tijd ongeveer 2500 jaar geleden
en we beginnen daar waar Plato dronken was.

Posted in Geen categorie, Over alcohol | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Promillagebewustzijn

Bewustzijn wat ontstaat na het drinken van alcohol

Oorspronkelijk bewustzijn

Mensen hebben een aangeboren natuurlijke macht over zichzelf en we noemen deze macht bewustzijn. In dit geval is bewustzijn kennis van de eerste soort. Deze kennis betreft de particuliere gevoelens. Dat moet Thales van Milite, (624 v.Chr) de eerste wetenschapper in de westerse geschiedenis, ook aangevoeld hebben, want toen ze hem vroegen: “wat kunnen we kennen?”, zei hij: ”Ken uzelf”. Het “zelf” is primair prikkelingen en is als zodanig door het protolichaam te ervaren als bewustzijn. Het protolichaam ervaart zich middels bewustzijn als individuüm en omdat prikkels niet op voorhand gekend kunnen zijn is individuüm tevens een superpositie vanuit niets en nergens. Protolichaam verwijst naar interne vaardigheden die tot uitdrukking komen in wat wij de homeostase zijn gaan noemen en staat voor een automatisch optredende regulatie van temperatuur, het zuurstofgehalte, de PH in het lichaam en interne chemie. De ervaring van de homeostase is op te vatten als kernbewustzijn.

Voorlopige bepaling promillagebewustzijn

Drinken we alcohol, dan creëren we een tweede soort bewustzijn omdat het kernbewustzijn veranderd vanwege de verdoving door alcohol, verandering van de interne chemie en het verlies van ervaringen met de stationaire homeostase. Het bewustzijn maakt hierdoor een opwaartse spin waardoor we gronden, die gelegen zijn in de homeostase, verliezen. Het subject, de alcoholgebruiker, veranderd daardoor ook intern door toedoen van de stof alcohol. Het essentiële van deze verandering is gelegen in het gegeven dat de natuurlijke ervaringen van het zelf, door iets kunstmatig beïnvloed werd. De invloed van alcohol op het lichaam brengt een verschil tot stand binnen dat ene lichaam: het subject. We duiden dat verschil aan met: nuchter versus dronken. Het lichaam kan dus enerzijds natuurlijk zijn (nuchter), maar anderzijds ook kunstmatig beïnvloed (dronken). Door de dronk ervaren we een subjectverandering. Deze stemmingswisseling heeft niet alleen gevolgen voor het subject, het heeft ook filosofische consequenties gehad en grijpt diep in, zelfs in het wetenschappelijk begrip. Subject, in de zin van substantie, zou het wezenskern zijn van het ding, datgene wat blijft bestaan onder wisselende omstandigheden. Hiervan is na alcoholgebruik geen sprake meer, want het subject is immers aan veranderingen onderhevig. Door het effect van die verandering wordt bewustzijn een toestand van zoeken, dat door uitwendige oorzaken bepaald wordt. Het primaire bewustzijn wordt een secundair bewustzijn. En na de dronk wordt het secundair bewustzijn primair. Het subject versluierd hierdoor zichzelf. Dit bewustzijn dat door alcohol bepaald is, noemen we promillagebewustzijn.

Het “ken uzelf” is bij promillagebewustzijn getransformeerd naar “ken het ander”. Het object van bewustzijn is dan niet meer de natuur (ken uzelf) maar wordt cultuur (ken het andere). Daarmee correspondeert een enorme verdoving en een al niet meer mededeelzaam angstgevoel van duizeligheid en van moeten vallen voor de macht van de roes. Deze alcoholcultuur werd op gang gebracht door Noach, die in de bijbel gezien wordt als de eerste wijngaard bouwer, maar ook als “de vader aller volkeren”. Volgens de Bijbelse tijdlijn zou Noach in 2990 v.Chr. zijn geboren en de Zondvloed had volgens dezelfde bron plaats in 2390 v.Chr. Noach cultiveerde na de Zondvloed voor het eerst de druivenrank voor alcoholproductie. Promillagebewustzijn en verbreiding ervan is dus ongeveer vier tot vijfduizend jaar oud. Omdat Noach de vader is van alle volkeren en de alcoholcultuur na hem verbreid, is alcohol genetisch bepaald in zijn nageslacht. (zie de geschiedenis van alcohol) Geschriften na Noach dienen dan ook vanuit dat gegeven bestudeerd te worden. Alcohol werd nadien gebruikt en voortgebracht door voornamelijk geestelijken, koningen en hun schrijvende dienaren, door legeraanvoerders, bestuurders en filosofen. Maar omdat alcohol de natuur vervluchtigd, waardoor het organisme zich fundamenteel is gaan onderscheiden van natuur, is het effect daarvan tevens een mogelijkheidsvoorwaarde tot metafysica gebleken. De mens schiep met alcohol twee werelden, want door verlies van de primaire prikkelingen (homeostase) ontstond zoiets als het bovennatuurlijke en daarmee werd een scheiding aangebracht tussen prikkelingen van het “gewone” leven en het “hogere” wat gekenmerkt werd door begrippen die een algemeenheid zouden aanduiden.

Algemeenheid wil zeggen dat verschil, wat eigen is aan de natuur, opgeheven wordt. Algemeenheid (Lat: universaliteit) betekent in de wiskunde en logica dat een eigenschap voor alle elementen van een verzameling geldt. Alcohol heeft hierdoor een stempel gedrukt op het leven van de mens maar voornamelijk op de universiteit, doordat men het gegeven van de invloed op het subject veronachtzaamde. Het meest duidelijk komt dit naar voren bij Aristoteles. Door hem wordt de vraag gesteld of we het over één of twee wetenschappen moeten hebben. In het boek Gamma zegt hij: Er bestaat een wetenschap van wat is in zoverre het is. Hiermee wilde hij de wetenschap scheiden van alle bijzondere wetenschappen, die slechts een deel van wat is bestrijken. Anderzijds heeft Aristoteles het ook over de Eerste filosofie, die zich met het hoogste zijnde bezighoudt, het “zijnde” wat bestaat uit pure vormen. Aristoteles lijkt probleemloos van de ene opvatting naar de andere over te gaan. Deze stemmingswisseling moet hij opgedaan hebben in de school van Plato waar tijdens de symposia (drinkgelag) alcoholgebruik genormaliseerd was. Men zag in die tijd geen probleem in het verschijnsel van de stemmingswisseling wat de wereld toch opdeelde in het lagere en het hogere. Dit probleem vooruitschuiven en niet aangaan, de praktijk van de dronkaard, heeft echter wel geleid tot wat nu bekend staat als: de Seinsvergessenheit. (Dit onderwerp wordt later nog uitgebreid besproken.) Door toedoen van alcohol en het ontstaan van metafysica werd ook het ontstaan van een Goddelijkheid (het hogere) mogelijk en met God een speculatieve wereld. Parmenides (540 v.Chr) heeft laten zien hoe zoiets tot stand kwam. Hij liet zich in een gedicht met een span paarden hoog boven de steden der mensen wegvoeren, naar de hemelen (lees alcoholroes), om daar via een Godin de wetten van “kennis” te krijgen. Kennis, werd dus mogelijk door het: identificeren met het niet identieke. Het gedicht bestaat voornamelijk uit wat de godin te melden had. De inhoud van het gedicht liet hij los op de mensen om ze te laten zien dat hun “alledaagse leven en denken beperkt was”. Hij stelde het denken en de mening van gewone mensen tegenover “a-lètheia”, het Griekse woord voor “waarheid”. We zien hier in feite, middels het begrip “waarheid” de oorsprong van “wetenschap”, maar ook een praktijk van wetenschappers om gedachten en meningen van “gewone” mensen te schofferen. Parmenides verkondigde dat in de a-lètheia alles aan het licht kwam wat voor gewone mensen (lees nuchtere mensen) verborgen bleef. Maar deze tegenstelling heeft enkel tot stand kunnen komen omdat hij dronken was en het gewone volk niet. Het gewone volk moest immers werken. Alcohol was voorbehouden aan de elite en Parmenides behoorde tot die elite. Hierdoor weten we ook wat er bij Parmenides “in de man” was, als: “de beperkte visie van ons dagelijks leven opengebroken werd”.

Het stimulerende effect van alcohol wordt namelijk veroorzaakt door stijging van de extracellulaire concentratie dopamine in mesolimbische circuits, maar ook kunnen stijgingen in extracellulaire noradrenalinespiegels bijdragen aan dit effect. Vanuit deze effecten op zijn organisme, gaf Parmenides aan: “dat het beperkte gemiddelde verstand van gewone mensen niet beschikte over het vermogen in te zien dat ook het niet-tegenwoordige tegenwoordig is”. Hij simuleerde hiermee dat de gewone mens niet wist dat als hij op bed lag (tegenwoordige) hij niet op een paard zat (niet-tegenwoordige). Het paard was immers het niet-tegenwoordige in de slaapkamer, voor de op bed liggende mens. Hij verdedigde zich door te zeggen dat hij een ander niet-tegenwoordige bedoelde. We weten inmiddels dat de alcoholdrinker er een gewoonte van gemaakt heeft om uit de realiteit te vertrekken terwijl hij toch blijft zitten. Met andere woorden: Parmenides ging uit de bol. Daarvan getuigd ook zijn gedicht. Want in het dagelijks leven weten we doorgaans heel goed uit elkaar te houden wat er zich om ons heen aandient en wat niet. Een span paarden in de lucht op weg naar een godin is van het laatste een voorbeeld. Parmenides gaat er echter voor om beide (het tegenwoordige en het niet-tegenwoordige) te zien en noemt dat vermogen: Geest. Hierin kan ook de verklaring gezien worden waarom “spiritus” sinds de oudheid een dubbele betekenis heeft van zowel Geest als Alcohol. Denk daarbij aan ons huidige begrip van spiritualiteit wat in de breedste zin van het woord zaken aanduid van de Geest.

Met de term Geest, die bij Parmenides voor het eerst verschijnt, zien we een geschiedenis ontstaan waaromheen sindsdien de Europese cultuur heeft gedraaid. Dit hield echter ook in dat de wereld van wetten en principes, ideeën en causaliteiten, verklaringen en bewijzen uitwendig kon worden door speculaties van mensen, dronken mensen wel te verstaan. Een en ander kon tot stand komen omdat Parmenides had gezegd dat waarnemen van de Geest (alcoholroes) “niet plaats vind met onze lijfelijke ogen, maar dat het toch een waarnemen is, een zien in ruimere betekenis (psychose), namelijk een openstaan voor een zijn wat aanwezig is en plaatsvindt, óók waar volgens het beperkte alledaagse verstand, niet tegenwoordigheid, niet-zijn heerst”. Dit heeft later nog grotere consequenties gekregen, omdat bij Plato (een alcoholist uit 427 v. Chr) het verschil tussen lichaam en geest fundamenteel werd. Aan het lichaam in wisselwerking met zijn omgeving hechte hij niet veel waarde. Hij ging zelfs zover dat hij in zijn dronkenschap ook nog eens een ziel veronderstelde die in het lichaam naast de ervaarbare homeostase zijn werk deed. Alcohol ging een eigen leven leiden. In “De allegorie van de grot” van Plato herkennen we de opgang die een alcoholdrinker maakt als hij dronken wordt. Daardoor weten we dat hij met de ziel de werkzame stof alcohol bedoelde Hiermee wordt het verschijnsel van dronkenschap gelegitimeerd in het “kennen”. Deze en dergelijke opvattingen waren niet alleen een product van fantasma als gevolg van alcoholgebruik, maar het constitueerde tevens het idee van intellect wat door God speciaal aan de mensen geschonken was. Dionysos (de wijngod) werd zelfs officieel toegelaten tot het orakel van Delphi.

Keren we terug naar “ken uzelf”, dan blijkt “God”, als voertuig van de Geest, in de grond niets anders te zijn dan een synoniem voor het effect van alcohol, het andere in het lichaam van de mens. Omdat Geest (lees: het effect alcohol) gezien werd als een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit, die bovendien door gelovigen (lees: alcoholliefhebbers) beschouwd werd als de prima causa (de ‘eerste oorzaak’) van het universum, beschouwen alcoholisten zich tevens als de kenners van het universum. Dronkaards hebben daardoor, ongeveer 2500 jaar, de mens voorgehouden dat er “eenheid” was in plaats van verschil, “oneindigheid” in plaats van eindigheid, “waarheid” in plaats van toeval en “identiteit” in plaats van veelheid. Maar zij deden dat enkel en alleen om zichzelf en de ander te imponeren met het “intellect”. Door het intellect te verheffen heeft voornamelijk de elite zich kunnen verrijken omdat zij de “heersersmoraal” predikten van “heiligheid” en “wetenschap”. De “gewone” mens heeft zich moeten schikken naar de macht van de “ismen” die bovendien vaak met geweld afgedwongen werden. Zelfs het idee van militarisme is zo’n macht. (aan de factor agressie, voortgekomen uit alcohol, wordt later nog de nodige aandacht besteed) De natuur omringt zich niet met vijanden en brengt geen wapens voort. De agressie echter, eigen aan de alcoholist, wat vanaf het Jodendom en Christendom de westerse cultuur bestiert, richt zich voornamelijk tegen de zelfbevestiging van het individuele. Zelfs de Verlichting, die een onafhankelijke mens voor ogen had, legde het af tegen de machtswil van een priesterklasse en wetenschapslieden die zich inmiddels verschanst hadden in de gefixeerde verhoudingen. De liberalen, een nieuwe elite en aanhangers van de wijngod Liber, sloten naadloos aan bij de ideeënwereld en fantasma van hun voorgangers. Zij onderscheiden zich slechts door hun inzet om ook het gewone volk van alcohol te voorzien, waardoor slaven moderne slaven werden. In het in de geschiedenis optredende symbool van machtswellust gerelateerd aan alcohol wordt duidelijk dat er niets anders gebeurd is dan het omzetten van alcohol in geest en geest in stof.

De mens heeft tot het einde van de negentiende eeuw moeten wachten op de Verlosser die aan deze gesteldheid een einde maakte. Nietzsche, een filosoof die zeer kritisch tegenover alcohol stond, liet zien hoe kleinzielig het intellect is, afgezet tegen de macht van de natuur. God is dood kon hij verkondigen omdat hij had ingezien dat slechts één glas alcoholica het leven in een tranendal had kunnen veranderen. Volgens hem was het de mens overigens niet gelukt door te dringen tot het wezen van de natuur, “omdat de mens het principe van de deferentie (het verschil) dat aan de natuur ten grondslag ligt, op axiomatische wijze (een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde stelling), wordt ontkent bij het creëren van begrippen. Door het medium van de taal is waarheid op en top antropomorf, zo stelde hij en daardoor is waarheid “een totaal van menselijke relaties” maar geen waarheid op zichzelf. (Aan de hand van de ontwikkeling van de Semitische taal zullen we later laten zien hoe een eigen grammaticaal bepaalde relatielogica, de quasi-samenhang van “intellectuele” oordeelshandelingen, een “natuurlijke samenhang” kon voortbrengen.) De nietigheid echter van het gecreëerde en voortgebrachte intellect maakt Nietzsche aanschouwelijk als hij het afzet tegen “ontelbare zonnestelsels waarin op een der hemellichamen ‘slimme dieren’ het kennen uitvonden”. Nietzsche laat ons hiermee inzien dat kennis slechts een oprisping geweest is en hij voegt er aan toe, dat als het “intellect” weer verdwenen is “door het reusachtige zonnestelsel niet zal worden gemist”. De alcoholist is daarmee ontmaskerd want Nietzsche laat niet alleen hun heerschappij zien, hij laat ook zien dat de vijfde dementie (alcohol), na aarde, vuur, water en lucht, het lichaam ideologisch verblind heeft en hij vergelijkt die cultuur van verblinding met barbarij. (de gevolgen hiervan zullen nog besproken worden) Het promillagebewustzijn is echter een feit.

We hebben in deze “voorlopige bepaling promillagebewustzijn” het effect van alcohol zien ontstaan en we hebben enkele lijnen uitgezet en geproduceerde begrippen en neveneffecten besproken. Alcohol drinken werd de basismethode voor wetenschap omdat daarbij, “de beperkte visie van ons dagelijks leven opengebroken werd”. De alcoholpsychose, een tragedie, kon in zoverre reactionair worden omdat het een verandering van de werkelijke misstanden tegenhield. Wat heeft de wetenschap de mens opgeleverd? In hoeverre heeft de wetenschap werkelijk bijgedragen aan het geluk en welzijn van de mens? Om werkelijk zicht op een antwoord te krijgen kunnen we ont-moetingen (niet-morele) met de actuele mens ontdoen van het promillagebewustzijn. Daarvoor moeten we wel door de sluier van een decoratieve cultuur heen kunnen kijken, want de ideeën zoals ze voortgebracht zijn en gecultiveerd, versluieren een tekort aan werkelijkheidszin omdat de heerschappij van de alcoholindustrie van geen wijken meer weet. De slaaf bepaald het wereldbeeld. Dit onvermogen heeft geleid tot een maatschappelijke driftstructuur, die 2.5 miljoen doden per jaar oplevert. Zien we niet in dat dit alleen rechtstreeks alcoholgerelateerde doden zijn en dus niet alle doden als gevolg van het promillagebewustzijn en de algehele onderwerping, dan blijven we het noodlottige karakter van het promillagebewustzijn legitimeren en normaliseren.

Posted in Over alcohol | Tagged , , , , , , | 2 Comments

Promillagebewustzijn in beeld

Dat alcoholdrinkers blind zijn, toont het volgende. Uit onderzoek van DeNatuurlijkRoes onder duizend willekeurige passanten is gebleken dat ten aanzien van de foto hiernaast het volgende opgetekend kon worden. Op de vraag: “wat zie je hier op deze foto”, antwoordde 79% met: Balkenende op campagne. 9% antwoordde met: Balkenende tegen drugs. En 12% had geen mening of wist het niet (?). 

Op de vraag of verder iets bijzonders opviel, gaf 68% een ontkennend antwoord. De overige ondervraagden gaven te kennen in vertwijfeling te raken door die vraag. Ook dacht men dat het om een grap ging van een bierbrouwerij. Niks aan de hand dus volgens de meerderheid.

Deze blindheid blijkt het gevolg te zijn van de wijze waarop Nederlanders (cq westerlingen) met alcohol omgaan. We spreken wel van Alcohol en drugs, maar daardoor ontkennen we min of meer dat alcohol een drug is. Door alcohol en drugs in een zin te benoemen, bevestigen we de ontkenning van het gegeven dat alcohol juist een harddrug is. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat alcohol een harddrug is en u kunt van DeNatuurlijkeRoes ook nog enkele claims verwachten die dat beeld bevestigen.

 

Posted in Over alcohol | Tagged , , , , , | Leave a comment

Strip over alcohol

 Hoe pakt u dat aan?

Posted in Over alcohol | Tagged , , | Leave a comment

Alcoholbijsluiter

De pathologische roes

De pathologische roes brengt nooit iets groots tot stand; noch voor u zelf noch voor een ander.

De pathologische roes is het gevoel zoals dat ervaren kan worden, na het nuttigen van alcohol. Zeggen we Alcohol dan zeggen we ook pathologische roes. Ook als ons lichaam gewend geraakt is aan alcohol zodat we steeds meer kunnen drinken. Bij de eerste slok al treed de pathologische roes in werking. Ook al wordt het effect niet meer herkend of ervaren in het lichaam. Het lichaam krijgt van doen met een scheikundig proces dat niet lichaam eigen is, en het lichaam laat dit zien. Het bewustzijn en het gedrag veranderen. In de scheikundige verbindingen zijn de waterstofatomen vervangen door een hydroxylgroep. De bestanddelen (C2H5OH) ethylalcohol zorgen voor de kenmerken van bier, wijn en sterke drank. Het is bovenal allemaal alcohol. Het drinken van laatst genoemde drank verziekt het lichaam en het lijkt ons goed daar een inzichtgevend advies aan te koppelen in de vorm van een bijsluiter.

ALCOHOL

De bijsluiter (BETREFT ALLE PROMILLAGES EN ALLE VERPAKKINGEN)

Lees deze bijsluiter zorgvuldig voordat u start met het gebruik van alcohol.
- Bewaar deze bijsluiter het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.
- Realiseer u op de eerste plaats dat als u alcohol gebruikt of doorgeeft dat alcoholgebruik       door de eeuwen heen een geschiedenis is van onverschilligheid.
- Alcohol drinken is een persoonlijke aangelegenheid, geef het gif niet door aan anderen.
- Overgevoeligheid voor alcohol treft ook andere lichamen ook als die niet gedronken               hebben..
- Alcohol, als medicijn, kan niet door de arts voorgeschreven worden omdat alcohol niet in      het verzekeringspakket zit
- Ook al is alcohol door de arts voorgeschreven of aanbevolen, u moet alcohol als medicijn        zelf inkopen en die kosten kunnen op termijn hoog oplopen.
- Alcohol als geneesmiddel kan ook schadelijk zijn zelfs als de verschijnselen van voor het        gebruik verdwenen zijn, kunnen er nieuwe bijverschijnselen optreden.
- We moeten ons ook geen alcohol laten voorschrijven als er medicijnen voorhanden zijn          die hetzelfde effect sorteren.

Voorschrijven bij:
- Totale ontreddering en in uiterste nood.
- Als afdoende andere medicatie niet voor handen is

Wat is alcohol?
- Alcohol(C2H5OH) is een door gisting verkregen gif (bier, sterke drank en wijn).
- Risico’s van lichamelijke afhankelijkheid zijn groot.
- Risico’s van geestelijke afhankelijkheid zijn zéér groot, en
- Kans op gewenning is zéér groot.

Waar wordt alcohol voor gebruikt?
- Genotsmiddel dat schijnvrolijkheid en agressiviteit kunnen geven.
- Voor het dempen van het centraalzenuwstel.
- Alcohol wordt gebruikt als spraakwater maar slaat om in onverschilligheid omdat we de       ander niet meer willen horen.
- Alcohol zorgt er ook voor dat we ondanks dat, geen bult kunnen vallen, omdat het                  organisme wordt ondermijnd en hierdoor geen impact meer mogelijk is.
- Om problemen weg te drinken en te vluchten.

Wat we moeten weten voordat we alcohol innemen.
Gebruik alcohol niet:

- bij gevoeligheid voor onverschilligheid
- bij overgevoeligheid voor de stof alcohol
- bij hoge bloeddruk en andere hart en vaatziekten
- bij beschadigingen aan de lever
- bij een verhoogd kankerrisico
- bij het verwekken van kinderen en het geven van borstvoeding
- bij tanende potentie en verschijnselen van erectionele disfunctie (brewer’s droop)
- bij viagra gebruik. Alcohol gebruik kan sneller leiden tot hartstilstand.
- in combinatie met medicijnen die al werken op het centraalzenuwstel.
- als we door onverschilligheid de zelfreflectie niet willen verliezen
- als we goed in ons vel zitten en dat niet willen verlaten en
- als we nog plezier willen beleven aan vrijen en seks in uitgebreide zin.

Wees extra voorzichtig met alcohol:

- bij het optreden van geestesziekte en stemmingswisselingen gepaard gaande met
gejaagdheid (alcohol psychose).
- in het geval van hart en vaatziekten of bij een onlangs doorgemaakt hartinfarct.
- Bij het lijden aan suikerziekte.
- Bij acuut fysiek verval.
- Bij dwang tot verhoging van de dosis(verslaving).
- Bij ernstige neerslachtigheid en financiële problemen (neerwaartse spiraal).

Zwangerschap en borstvoeding
- Over het gebruik van alcohol in de zwangerschap is voldoende bekend om het af te raden.
- Alcohol richt ernstige schade aan bij de ongeboren vrucht.
- Alcohol gaat over in de moedermelk dus drink geen alcohol tijdens de periode van                  borstvoeding.
- Ook na borstvoeding kan alcohol gebruik schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het            kind, het pedagogische milieu en de sociale omgeving.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines:

- Alcohol beïnvloedt onmiddellijk het beoordelingsvermogen en de reactiesnelheid ook als
we dat even vergeten zijn.
- Het is daarom dat we besturing van motorvoertuigen en gevaarlijke machines                       achterwege moeten laten.
- Doen we dit niet dan volgen er zware straffen omdat we ons én de ander in                             (levens)gevaar gebracht hebben.
- Medicijnen hebben een versterkende werking op het effect van alcohol dus pas op voor         medicijnen.

Mogelijke bijwerkingen van alcohol gebruik.

Alle alcohol gebruik, los van elk promillage kan bijwerkingen veroorzaken. De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

- Spijsverteringskanaal:
- Verlies van eetlust, braken en misselijkheid, spijsverteringsstoornissen en                               verstoppingen.
- Onderzoek heeft aangetoond dat ook matige drinkers meer kans hebben op                             slokdarmkanker. (per glas stijgt de kans met 7%)

- Hart- en bloedsomloop:
- In de hartslag kunnen vertragingen of versnellingen optreden. Verhoogde bloeddruk is         evident.

- Centraal zenuwstelsel

- Alcohol sloopt het centrale zenuwstelsel. Te verwachten zijn: hoofdpijn, misselijkheid,
verwarring, trillen, zweten, gezichtsstoornissen, vermoeidheid en toch rusteloosheid wat
weer leid tot slapeloosheid.
- Langdurig gebruik is schadelijk voor het korttermijn geheugen en in toenemende mate
dient het verschijnsel korsakow zich aan.
- Acute schemertoestand, dubbel zien en vermindering van zicht.
- Geen beheersing meer van spieren en bewegingen.

- Het aanzien:
- Alcohol veroorzaakt wallen onder de ogen die na verloop van tijd alleen plastisch
verholpen kunnen worden. Een gevolg daarvan is de verminking van de oorspronkelijke
uitdrukking en is een verwijzing daardoor van, onbehagen met eigen lichaam. Alcohol
leidt tot algehele malaise van het lichaam, wat er wel lachwekkend uitziet, maar ook
beschamend is, omdat er geen sprankje stijl of enige vorm van decorum over blijft. U bent
gewaarschuwd voor deze bijzondere valkuil want zolang er om u gelachen wordt, wordt er
ook gedronken, en kijkt men niet meer zo nauw omdat het de pathologische roes in volle
glorie is.

- Overige: Ter overweging en eigen plaatsbepaling.

Blijven aanmodderen, wil zeggen dat we het probleem, dat wat we ons voorwerpen, niet aangaan maar telkens weer ontwijken door alcohol te drinken. We hebben niet in zicht dat alcohol een probleem wordt. We hebben geen weet van de sluipende werking van alcohol. Ik drink alcohol dus ik ben en dat is het. De aan alcohol gerelateerde onverschilligheid. Laat ik er toch nog maar eentje nemen. Het verleggen van de grens. Zullen we er nog eentje nemen? Ik voel me niet goed maar toch. Afvragen hoe de seks gisteren was. Potentie problemen en het verdoezelen ervan. Kunnen we elkaar nog in de ogen kijken? Verlangen naar alcohol krijgen terwijl we nog op ons werk zijn. Als we vrij zijn kunnen we dan eerder met alcohol beginnen? Het kan! Op vakantie al vroeg in de morgen. Geen weet meer hebben van een fysieke grens. In slaap vallen op de bank zelfs tijdens een feestje. Wakker worden en er nog maar eentje nemen. De stem verheffen en met dubbelen tong spreken. Verward zijn en niet meer communicabel. Afspreken wie er rijd. Ruzie maken. Verlangen om weer thuis te zijn om alcohol te kunnen drinken. Het gevoel een offer te doen als je bob moet zijn. Dit vervolgens weer recht trekken. De schaamte bij de flessenbak. De kosten bij de slijter. Het bezig zijn met druiven, streken en chateau’s. Het breken van het glas. Kunnen we morgen wel vroeg op? Mag ik dan rijden? Hoe kom ik de trap op? Alles draait. Durf ik nee te zeggen? Tobben kost veel tijd. Energieverlies. Het lelijke gezicht van alcohol. De ziekte. Verlangen naar alcohol ten gunste van een welbevinden. Toxicomanie (vergiftiging). Angst en agressie. Het uitdelen van klappen. Het huilen bij een te verwerken emotie. Tweestrijd als gevolg van alcohol. Chronisch alcoholisme. Het verslaafd zijn en slaaf zijn van eigen neiging. De boel onder kotsen. Als maar meer. Opwinding en pathologische roes. Niets lichaam eigen meer. Onverschilligheid in sociaal contact. Het kwellen van de hersenen en het zenuwstel. Ziekte van Korzakow. Het feestje verknalt. Nog eentje voor de lange weg. Indrinken. Geestelijk en lichamelijk uitzien naar alcohol. Lijden bij het laten van alcohol. Je gezicht verliezen. Het ongemakkelijke genot. Steeds jonger drinken. Het voorbeeld van ouders. Het ‘erbij’ horen in de groep. De onmogelijkheid te voorspellen hoe de alcohol zal uitwerken. Vermeende solidariteit vinden in het drinken, snuiven of slimmen van alcohol. De verleidelijke reclame en de ober op het terras. De aanbiedingen. Toch maar een doos wijn. Eerder meer pakken als het in huis is. Biertje? De ongelukken. De slachtoffers. De ouders van de slachtoffers. De leugens. De feestjes. Hoe gedraag ik me? Hoe heb ik me gisteren gedragen? Echtscheidingen. Verloren vriendschappen. Borreltje? Geheugenverlies. Overdreven emoties. Niet meer kunnen luisteren. Niet meer weten wat er aan de hand is. Niet meer kunnen zien. Associatieve agnosie. Doorstieren. Niet meer kunnen stoppen. Verwaarlozing van gezin en haard. De boetes. Drinken van alcohol kost veel geld, ook voor de samenleving. Het bloemetje voor de spijt. De psychotische toestand. De behandeling. AA en de blauwe knoop. Professionele behandeling. Toch weer meer drinken. Comazuipen. Het hopeloze lichaam. De pathologische roes. Geen ander perspectief dan meer, meer en meer alcohol. En daar eenmaal beland blijkt het toch nog stoer als je van een kruk afvalt. Deze keer gelukkig niets gebroken! En daar kunnen we dan weer op drinken.

- Speciale waarschuwing: Ga niet ontkennen want dat is de list van alcohol .

Maar als u een bijwerking gesignaleerd heeft die hier niet beschreven staat en toch ernstig is ga dan naar een arts en vermeld de verschijnselen of ga naar de slijter en klaag over het product. Als gebruiker mag u best klagen als het product niet bevallen is, en schade ten gevolgen van het product kunt u het best verhalen op de producent.

- De ontkenning

In het nu volgende gaan we zien hoe het ontkennen in zijn werk gaat. Maar eerst bepalen we wat ontkennen is. Ontkennen is het negeren van de werking van alcohol in het lichaam. De stof verdoofd het lichaam immers en we worden geestelijker door overschatting. Deze opgang wordt ook wel eens eerbiedig ‘spiritualiteit’ genoemd. Bij spiritualiteit, verwijst de drinker impliciet naar alcohol. En noemt men alcohol: spiritualiën. Er is echter geen attentie meer voor de werking van het lichaam. Hier begint de schizofrenie. Met grote passen slaan we een aantal stadia over, slaan we enkele glazen achterover, tot we op het spreekgestoelte en in de zevende hemel terecht komen. Fictie is een feit. En daarna is werkelijk alles mogelijk.

Maar hoe vaak worden we nog bevraagd met de woorden: en wat voel je nu, nu je twee slokken genomen hebt? Sta daar eens bij stil! En hoe voel je, je nu na één heel glas? Sta daar eens bij stil! En hoe denk je dat ik me voel zonder alcohol? En hoe voel je jezelf na twee glazen? En hoe voel je nog na acht? Voel je nog wel iets? Sta daar eens bij stil! En hoe voelt dat aan, als we zo bij elkaar in de nabijheid zijn? Sta daar eens bij stil!
Heb jij, jezelf in de steek gelaten? Ja,…ik heb het gezien. Heb ik, mezelf inde steek gelaten? Ja,…dat heb jij gezien. Hebben wij ons beide, in die belabberde positie gebracht? Hebben we nog wel iets voor elkaar gevoeld? Sta daar eens bij stil! Ja…onbewust misschien. En voor wie of wat hebben we dat dan moeten doen?
De volgende dag geeft geen antwoord, dus proberen we het opnieuw. Maar ook de herhaling voltrekt niet met de vragen van ‘hoe voel je jezelf, met alcohol’. Vind je het wel prettig of voel je je er ongemakkelijk bij? Sta daar eens bij stil!

Het ontkennen van de gevoelens noemt men stoer en diegene die het meest ontkent is de stoerste maar ook de ongevoeligste want hij/zij heeft niet in de gaten wat het lichaam aangedaan is. En we willen het ook niet weten daarom ontkennen we.
Miljarden mensen drinken meer dan twee glazen alcohol per dag en miljarden mensen ontkennen dat de alcohol invloed op ze heeft. Hoe meer we drinken hoe meer we ontkennen, en na verloop van tijd is het omgekeerde, zelfs mogelijk.
Als we niet meer met de ontkenning weg komen dan gaan we stiekem doen. Alcohol verstoppen en drinken aan het oog ontrekken, is het gevolg. Ook de leugen is een bijzonder element van de ontkenning maar wordt als van zelfsprekend gezien door de drinker. Contact is niet meer mogelijk, omdat we al geruime tijd de gevoelens niet meer delen maar ze gewoon ontkennen. Deze staat leidt tot ontwrichting van de relaties door totale onverschilligheid. Een uit elkaar gaan is vaak het gevolg, maar ook dan wordt ontkend, dat alcohol de veroorzaker is.
Achter gebleven in een half leeg huis is het éérste besef dat we ons niet meer behoeven te schamen voor ons gedrag en voelen ons bevrijd. De alcohol blijft rijkelijk vloeien en ziende ogen veranderd onze omgeving. Verwaarlozing van huis en haard is duidelijk te zien. Overal lege flessen, vieze etensresten, vieze glazen, vieze kopjes en bestek. Braaksel op de grond, met schimmel er op in de slaapkamer, en een vies opgerold laken in bed dat al meer dan een half jaar niet meer verschoont is. Een douche en toilet waar we alleen maar vies kunnen worden en dat is ook te zien aan het uiterlijk van de alcoholist. Hulp dient geboden te worden want de alcoholist komt er niet meer uit. Maar de alcoholist ontkent dat er iets aan de hand is en de alcoholist komt in een alsmaar verder gaande spiraal van malei’se en aftakeling terecht. Iedereen ziet wat er aan de hand is. Maar wat doet de alcohollist? Hij/zij ontkent tot de dood er op volgt.

 

 

Posted in Geen categorie, Over alcohol | Tagged , , , | Leave a comment

Dionysos bruid

Met de ‘mens’ is ook de tragedie geboren aldus Nietzsche. Dieren kennen de tragedie niet. En met de tragedie laat de mens toe dat hij zich vervreemd van zijn natuur. Hij gaat namelijk alcohol drinken. De mens blijkt hierdoor juist de grote verzaker te worden van de opdracht: “te worden die hij is”. Hij neemt namelijk alcohol tot zich en wordt iemand anders dan die hij is. Dualiteit binnen de mens is een feit.

Dat verzaken, om te worden die je bent maar nog niet kunt zijn, is een vorm van promillagegedrag en vertoonde onverschilligheid op basis van promillagebewustzijn. Behoren versus Zijn komt hierdoor ook in een nieuw daglicht. En de mens zadelde zich op met een dilemma van de eerste orde. De slaaf, zo blijkt uit de geschiedenis, is echter koning geworden en zo overheerst dus het promillagebewustzijn in onze samenleving en het daaruit voortvloeiend promillagegedrag.

Dit onderscheid, tussen behoren en zijn, kan de mens dus ervaren door alcohol te drinken. “Wordt dronken” is een opdracht en verwijst naar behoren terwijl dronken verwijst naar een ander vorm van zijn dan het natuurlijk zijn. Hierdoor ontstond er onderscheid tussen zijnde en zijn. Zonder alcohol zijn de dingen gewoon zoals ze zijn en hoeven ze ook niet iets anders te betekenen. Daar kwam echter verandering in door het drinken van alcohol omdat vanaf toen schone schijn geproduceerd werd. Bovendien kreeg de dronkaard voor het eerst de mogelijkheid om een Ander lichaam te kolonialiseren. Met andere woorden: de drinker vertrekt en doet maar wat terwijl hij een nuchter lichaam opscheept met zijn onvoorspelbare fratsen. De drinker dwingt een ander lichaam tot handelen in verhoogde waakzaamheid. Denk aan bestuurders van taxi’s bussen trams, treinen, aan ambulancepersoneel, brandweer en andere orde handhavers en hulpverleners als de rest van de samenleving gewoon drinkt.

Van de drinker uit gezien dient het lichaam dus te voldoen aan een behoren in plaats van een zijn. Althans dat is zijn idee. De alcoholpsychose van de drinker dwing tot maatregelen die niet nodig zouden zijn als er niet gedronken werd. Deze maatregelen konden overigens enkel ontstaan door preoccupatie met de ideeën en de daaraan ontleende macht van kennis. Aanvankelijk weigerde men dan ook om met de dronkaard aan tafel te gaan zitten. En ook Nietzsche’s kennis was, dat een glas alcoholica voldoende was om van het leven een tranendal te maken. De hand van de rechtvaardige trilt niet, zegt hij, op het moment dat hij als rechter de weegschaal vasthoudt. Dus wat heeft de mens zo onzeker gemaakt?

In de Dionysos-cultus werden pogingen gedaan de Griekse oudheid opnieuw zichtbaar te maken maar dan vanuit alcohol. We weten dat het alcohol was want Dionysos was sinds Noah de god van de wijn. De Semieten zijn met het promillagebewustzijn opgezadeld sinds Sem als enige de zegen kreeg van Noah na een alcohol incident. Ja toen al. De gevolgen waren er echter niet minder om want de drank kreeg en koor en bijval. Men kwam namelijk samen om alcohol te drinken, om tijdens de dronk te vertrekken en om die extase te normaliseren. De barbaarse kenmerken van de koordans vindt Nietzsche dan ook vooral terug in de duisterste van alle mythes: de Dionysos-mythe.

De Dionysos-mythe handelt over een jaloerse vrouw een zwangere vrouw en een goddelijke man. Zeus, een god en de man in deze, had Semelè een vrouw bezwangert. Semelè staat in de Griekse mythologie bekend als de moeder van Dionysos, maar pas nadat Dionysos opgenomen was in het pantheon. Pantheon is het verblijf van de goden. Of er van overspel sprake was wordt niet duidelijk. Wel was duidelijk dat de goden in de nabijheid waren van alcohol. Maar de zwangerschap van Semelè wekte de jaloezie van Hera de andere vrouw op. Hera wordt in de Griekse mythologie beschouwd als de zuster en echtgenote van Zeus en als koningin van de Olympus. Als koningin voelde ze zich bedreigd. Hera moedigde daarom Semelè aan om Zeus eens in een goddelijke staat te ontmoeten in de hoop dat ze dan zou beseffen wat de man vermag. De ware aard van de man zou door de alcohol naar boven komen. (Vandaar dat we nu nog steeds zeggen dat kinderen en dronken mensen de waarheid spreken) Semelè werd echter gedood door de schittering (lees, ware aard van dronkenschap) van Zeus. Zeus redde nog het ongeboren kind en stopte het in zijn dij tot het ogenblik daar was voor de geboorte. Dit symboliseerde het wachten op de oogst van de wijn. De heupflacon met alcohol is daar een overblijfsel van. Daarna werd de jonge Dionysos toevertrouwd aan Ino de zuster van Semelè. Dionysos ontpopte zich daar als een jonge god van de wijn. De jaloerse Hera liet het er niet bij zitten en bewerkte het hele gezin tot aan krankzinnigheid. Wijn was immers de drank die gebruikt werd om mannen te verleiden en het was ook een prima hulpmiddel voor gifmengsters. Omdat aan de wijn vaak allerlei kruiden toegevoegd werden kon het gif verdoezeld worden en zo herstelde de jaloerse vrouw haar greep op de familie. Er werd gedood en men pleegde zelfmoord. Ino’s echtgenoot Athanas doodde in zijn waanzin zijn eigen zoon Learchos en Ino sprong met haar ander zoontje in zee. Toch bleef na deze lessen de alcohol bestaan. Dionysos kwam terecht bij de nimfen van Nysa waar hij verder werd opgevoed. Daar komt Dionysos in goede handen. De nimfen dat waren de dochters van Zeus voorgesteld als jonge mooie dansende meisjes. De wijn raakt betrokken op de dans en mooie meisjes. Prostitutie ziet het licht. Waar de wijn toen al op uit was. Veel weerstand kwam Dionysos tegen in het leven. Alcohol werd toen lang niet overal geapprecieerd. De meeste mensen weigerde dan ook zijn goddelijke afstamming te erkennen. Maar toen hij volwassen werd zette hij zijn zegetocht voort in Azië. En vanuit Azië in optocht naar Griekenland. Maar toen was het leed al geschied.

Want het duistere van de Dionysos-mythe, is gelegen in de Dionysos-cultus, wat door moet gaan als een toonbeeld van nieuwe vrijheden. De nieuwe vrijheid was, het bij elkaar komen om samen alcohol te drinken en dronken te zijn in plaats van samen na te denken. In je eentje is er niks aan moet men toen ook al gedacht hebben. Dus cultiveerde men alcohol en men kwam samen om te drinken en te lachen om de baarbaarse en absurde gedragingen. Ze gedroegen zich daarna als beesten en ze verkleden zich met dierenhuiden en maskers. Het huidige carnaval is er een overblijfsel van. Maar toen, en ook nu nog, is de “eenheid van handeling” en de kern van de tragedie: samen drinken. De mens ging zijn dronken staat zelfs regisseren. Plato schepper van de ideeënwereld is door de voorstelling van de opgang de eerste regisseur. Hij stichtte zelfs een school.

De psychotische mens werd een vermakelijk verschijnsel. Maar daarmee ontsloot ook het erin wonende “innerlijke en verschrikkelijke van de natuur”. En een logisch tegenwicht werd noodzakelijk. Dit tegenwicht kennen we als het apollinische. Het apollinische leverde de schijn als tegenhanger van Dionysos op en komt voort uit de behoefte aan rust en beheersing. Dionysos appelleerde door zijn innerlijke verschrikking bij de mens op overdenking en orde. En nog zien we vaak dat de drinker zich zodanig gedraagt, dat hij de volgende dag na overdenking zich alleen maar kan schamen en verontschuldigen.

Daarom is juist die taal van de beheersing noodzakelijk geworden. Dionysos heeft “Apollon” nodig om evenwichtig te zijn aldus Nietzsche. Maar dat het apollinische, “langs de leidraad van die causaliteit tot in de diepste afgronden van het zijn zou kunnen reiken, en dat het denken niet alleen gekend maar zelfs verbetert zou kunnen worden”, blijkt na de dronk een “diepzinnige waanvoorstelling”. Want men suggereert dat een hypothetische werkelijkheid mogelijk is tussen de natuurlijke staat van het lichaam en de dronken staat van het lichaam. En dat maakt het psychotisch. Deze twee staten respectievelijk Dionysisch en apollinisch zijn in de grond zelfs incommensurabel. Dus “God zegen de greep” werd noodzakelijk en God kwam in de mode als bewijs van de hypothetische werkelijkheid. En het hypothetisch handelen normaliseerde zich in de school van Plato en wordt door Nietzsche ontmaskerd als slavenmoraal. Zie hier de geschiedenis van de alcoholpsychose uiteengezet.

We kunnen deze uitspraak van Nietzsche telkens verifiëren als we kijken naar iemand die alcohol drinkt. Maar we doen het niet meer omdat we zelf mee zijn gaan drinken en lid geworden zijn van de Dionysos-cultus en van dat ene grote koor. We verdisconteren de psychosen zelfs in het samen drinken en leggen het ook aan anderen op. Want de God Dionysos wordt nog steeds bezongen en geëerd ook al kennen we hem niet meer uit de mythe. We doen nog steeds maar wat en we zien horen,voelen en ruiken het promillagebewustzijn niet meer. En juist daardoor zien we ook de tragedie van alcohol niet omdat we alcohol koesteren als “Dionysos bruid”, als het meest in onze nabijheid zijnde, maar waarvan we ook het meest afhankelijk zijn.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Alcoholgeschiedenis: In den beginne

Alcohol zoals wij dat nu kennen heeft natuurlijk zijn geschiedenis. Ooit en ergens is de mens voor de eerste maal in aanraking gekomen met alcohol. We weten echter niet precies waar een wanneer dat verschijnsel zich aan de mens geopenbaard heeft. Volgens het oude testament van de joden was Noah na de zondvloed de eerste wijnbrouwer met een echte wijngaard. Noah moet dan ook gezien worden als de éérste producent van alcohol. Hij moet ook al kenner geweest zijn van het promillagebewustzijn. Want hij nam ook een druivenrank mee in zijn ark. Dus daar is tevens meegezegd dat er voor de zondvloed waarschijnlijk ook al alcohol was. Want waarom zou Noah anders als eerste een “wijngaard” moeten bouwen? Hoewel Noah een alcoholist was zal toch niet de gehele wijngaard aan hem alleen opgegaan zijn. Wat overbleef was hooguit om te handelen.

Wat betreft het ontdekken van de stof Alcohol en de eerste ervaringen met de werking ervan, tasten we volkomen in het duister. Maar het meest aannemelijk is dat de mens per toeval alcohol ontdekt heeft. Het eten van gegiste vruchten zoals granaatappelen, druiven moet de eerste ervaringen met alcohol opgeleverd hebben. Wat de appel betreft vinden we al verwijzingen in het verhaal over het paradijs. Daar wordt gesproken van de eerste “zonde”. Maar er zijn ook verhalen die aangeven dat in de steentijd al alcohol gedronken moet zijn. Mensen verzamelden vruchten in dierenhuiden of holle boomstammen. Bij dit bewaren kunnen druiven kappot gegaan zijn waarbij het sap naar de bodem vloeide en daar tot gisting kwam. Zo kan men per toeval tot de ontdekking gekomen zijn dat alcohol bestond. Ook al wist men toen nog niets van de werking en de ervaring. Men moest zich immers eerst bewust worden.

Realiseren we ons dat gebruik van alcohol invloed heeft op het totale organisme en alle hersenfuncties, dan benaderen we de staat wel van de éérste drinker, maar nog niet zijn gevoelens, gedachten en gedrag. Men moest namelijk nog overeenkomen wat er nou precies gebeurde. De éérste dronken persoon moet voor zichzelf en voor de Ander een raadsel geweest zijn. De vraag, “wat voel jij” moet meerdere malen gevallen zijn voordat er enigszins zicht kon komen op de werking en het daaruit voortvloeiende gedrag. U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen dat als men zich vreemd begint te gedragen, afwijkend van de norm, op basis van een dronk of het eten van overrijpe vruchten dat men dan nog niet kon weten wat er gebeurde. Tegenwoordig noemen we dat wat we niet kunnen duiden en toch aanwezig is, of aanwezig gesteld wordt, een psychose. En dat is precies wat er gebeurde toen de eerste alcoholist zich toonde. We weten tegenwoordig dat alcohol gevoel, gedachten en gedrag verandert. De drinker vertrekt dus terwijl hij toch blijft zitten. Die vlucht noemen we psychose maar is inmiddels in de westerse wereld volledig genormaliseerd.

De “homo aso” stond toen nog maar aan het begin, maar is daarna wél een feit geworden. De alcohol drinkende mens vertrekt door het vluchtige karakter van alcohol. Inademen van alcohol is al voldoende voor verhoging van prikkels. De mens wordt spiritueel. Spiritualiteit heeft te maken met zaken die de geest (Latijn spiritus) betreffen. Alcohol wordt in deze gelijkgesteld met de geest want men noemt de drank al snel spiritualiën. Het woord spiritualiteit kunnen we op verschillende manieren tegenkomen en kan te maken hebben met geloof of bovennatuurlijke krachten, maar de nadruk ligt op de persoonlijke innerlijke ervaring. En daar werkt de alcohol.

Hoewel Noah een reputatie had op het gebied van wijnbouw strekte zijn handelen toch niet verder dan het cultiveren van de vruchten voor wijn en het drinken ervan. Hij begiftigde zijn zoon Sem met het goedje, maakte hem verslaafd en gaf hem de leiding over zijn nakomelingen. Abraham en zijn gevolg. Het is dus zeer aannemelijk dat de afstammelingen van de eerste alcoholist Noah, het goedje, de verhalen over het goedje, de productie van het goedje, verkoop en de reclame, en het vergoelijken van dat alles op hun conto kunnen schrijven. We noemen ze nu bacchanten en ze zijn te herkennen aan voortdurende naamsveranderingen. Dit typeert de vlucht van de alcoholist.

Maar vóór de cultivatie, van de vruchten die voor alcohol geschikt waren, moest er al enige ervaring geweest zijn met alcohol voor de zondvloed en bij Noah. De alcoholnatuur cultiveerde immers zichzelf niet. Er is echter pas voor het eerst sprake van cultivatie vanaf ongeveer 8000 jaar voor Christus. Landbouw, de éérste culturele activiteit, komen we voor het eerst tegen in het Midden-Oosten zoals in Turkije en Libanon. Irrigatie werkzaamheden dwingen tot samenwerking, hiëroglyfenschrift en zorg voor het leven neemt vormen aan. Maar ook de dood krijgt zijn praktijk, alcohol zijn invloed, en er schijnen dus ook veroorzakers, dronkaards, van dit alles te zijn. We noemden ze goden.

We weten ook dat in de tijd van de Egyptenaren de mens al alcohol gebruikte zij lieten planten, bloemen en kruiden koken, weken, of trekken. Zij bewaarden deze extracten in water of wijn en in goed gesloten kannen zodat er geen lucht bij kon komen. Deze drank al khôl genoemd werd gebruikt voor geneeskundige en culinaire doeleinden. Al khôl als woord, is afkomstig uit het Arabisch en is te herleiden tot een benaming voor het verkrijgen van een product op basis van distillatie. Daar dienen ook een van de eerste ervaringen met alcohol plaatsgevonden te hebben.

Maar Alcohol verdoofd de hersenen en geeft aan het organisme een actieve boost. Dat laatste heeft verschillende effecten op stemming en gedrag ook bij de omgeving van de drinker. Want tijdens het drinken vallen remmingen weg, het verminderd het geheugen, concentratie, men wordt gevoelloos en men verliest door dat alles zelfkritiek. Het beeld bij uitstek van de vertrekkende mens ofwel de psychoot. En als dat in het kwadraat de macht krijgt, dan is het goed mis en dan is het maar goed dat er ook nog mensen zijn die nuchter blijven en die het promillagebewustzijn zijn gaan herkennen.

Bij de éérste alcohol drinker veranderde dus de persoonlijke innerlijke ervaring en met hem de persoonlijke ervaringen van de waarnemers. Er ging een mens hoe dan ook uit zijn dak. En dronken niet-dronken tekende zich af als betekenisvol verschil. De drinker ging uit zijn bol wat zoveel wil zeggen als “buiten de normen van de groep gedragen.” Over “waarden en normen” gesproken. Het moet dan ook spectaculair geweest zijn dat de dronkaard kon zeggen “ik ben” want met die combinatie van woorden klonk hij de alcohol vast aan het bestaan van mensen en hun gewoonten. Want “hij was” daarvoor ook al, alleen ontkend de dronkaard dat. Maar daarmee was de strijd nog niet geleverd. Want de drinker werd blijvend psychotisch en promillagebewustzijn doet zijn intrede.

Posted in Geen categorie | Tagged , , , | Leave a comment

Toen Plato dronken was

Plato (v Ch),de filosoof van de joden en de christenen waar wij ons onderwijs en denken op gebaseerd hebben, zag zich zelf de waarheid vinden toen hij na jarenlange opsluiting in schemer en donker (onvrede met zijn lichaam) uit de kast kwam en aan het licht moest wennen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat hij eerder niet ‘was’ (allegorie van de grot), maar nu hij het licht ziet, pas ‘is’. Ik Plato, ik ben!

De vraag is dus: hoe heeft Plato zo psychotisch kunnen worden dat hij zich kon ontrekken aan de kudde? De situatie die Plato beschrijft in “de allegorie van de grot” staat bekend als voorbeeld voor opvoeding. Hij noemde die gewaarwording ‘de opgang’ en verwees zo naar kwaliteiten hoog in de hersenen. En de mens gaat voor het eerst doen alsof. Hij voert het spelletje op: “stel je voor!”

Het lichaam (de grot) bij Plato, is een last want het kan dronken of nuchter zijn. Daarom verzon hij de list van de hypothetische wereld, bóven die verdeelde wereld en noemde het kennis. Daar was echter alcohol voor nodig. Want alcohol verdeelde het lichaam in nuchter of dronken. Dus van verborgenheid naar openbaring, van duister naar licht, van aarde naar hemel, van aantrekkingskracht naar verlichting, van lichaam naar geest, van nuchter naar dronken, kortom de voltrekking en stemmingswisseling van de dronken staat en de geboorte van het dualisme. 

Plato’s leer is een ideeënleer en is er op gericht alles te willen overzien met het idee. Het is het mechanisme bij uitstek tijdens feestjes met alcoholgebruik waar de een het beter wil weten dan de ander. Het publiekelijk dingen om het gelijk. Het ‘gelijken’ als activiteit. En het produceren van promillagebewustzijn ofwel de hypothese. Plato had gezegd dat het er op aan komt, ‘de ziel om te keren van een soort nachtelijke dag naar een echte dag, dat is naar een klimmen van het zijnde’.


Dat laatste ‘het klimmen van het zijnde’ is ‘het dronken worden’, wat wij een bredere betekenis gegeven hebben door het ‘promillagebewustzijn’ te noemen. Dát wat op “één wijze ontsnapt” aan het lichaam, anders dan dát wat ontsnapt vanuit een natuurlijke staat. Bij Plato wordt die dronken staat “de hypothetische werkelijkheid”, een vlucht ins blauwe hinnein. In het volgende citaat is gemakkelijk de alcoholpsychose en de daarbij behorende en bedoelde opgang te herkennen.

“zolang wijsgeren geen koningen zijn in hun land, ofwel zij die nu de titel van koningen of machthebbers dragen, geen echte en volwaardige wijsgeren zijn, zolang de politieke macht niet in éénzelfde persoon samenvalt met de filosofie, zolang komt er geen eind aan de kwalen die de staten, ja, naar ik meen, de gehele mensheid, teisteren.”

Vijfhonderd jaar voor Christus wist men dus ook al dat alcohol het gedrag en bewustzijn veranderde en nu weet men óók dat het tóen al tot psychoses leidde. Maar die veranderingen had men al aangeduid met geest. Spiritus ofwel het vluchtige karakter van alcohol stond als voorbeeld. En een geest heeft ‘ideeën’ (?) moet Plato dan weer gedacht hebben. We gaan nog zien op welke vergissing deze conditie gestoeld is en uit welke verandering deze conditie tot stand kwam.

Als jongens onder elkaar in een symposium bijeen, werd er wel eens gesproken over de dronken staat. Maar nooit in het bijzonder, want het hoorde ook toen bij de academische gebruiken zoals nu de soos en studentenverenigingen waar gefeest en gefuifd wordt. Er was toen echter nog geen sprake van agressiviteit of openbaar geweldpleging in de samenleving. Nu is een samenleving aan-toon-baar en aan-zien-lijk complexer dan toen en geweld hebben we sindsdien leren accepteren als een vervelend bijverschijnsel.

Hoewel er geen meetapparatuur was wist men wel dat het drinken van alcohol onmiddellijk de gehele staat van het lichaam veranderd. Men herkende instinctief de verschillen in chemie. Buiten de producenten en de elite om die directe toegang hadden tot alcohol werd alcohol verder enkel verstrekt door een medicus die een apotheek had. Apotheek betekende toen nog, voorraadkamer en wijnkelder. En de apotheker melde bij zijn ‘medicijn’ een versnelde polsslag en ademhalingsproblemen en ook verhoging van temperatuur was alom aantoonbaar. 

Vanwege gebrek aan meetinstrumenten wist men toen nog niet dat het lichaam juist in temperatuur afneemt bij toedienen van alcohol. De verdovende werking was het meest bekend maar men wist ook dat smaak, reuk en gezichtsvermogen achteruitging.Overschatting, een effect van alcohol, was aan de orde van de dag en simuleren werd al snel een praktijk. Tegenwoordig promillagegedrag genoemd. Een praktijk van simuleren onder wetenschappers wel te verstaan want men moest het wél eens worden. Het ‘gelijken’ werd de act bij uitstek van de dronkaard. Middels alcohol kwamen zij tot paradigma’s. Dus zij wisten ook dat ze niet zomaar onder alle omstandigheden moesten drinken als de vraag naar waarheid gesteld werd.

Bij een orde voorstel van Pausanias tijdens een symposium waar hij een opmerkingen maakte over bovenmatig alcoholgebruik van de vorige avond kreeg hij bijval van niemand minder dan Aristofanes die het nuttigen van de drank wilde opnemen in de gebruiken van een symposium. “ We moeten kost wat kost genoeg alcohol in huis hebben” had hij gezegd ter ondersteuning van Pausanias. En de gematigden zochten naar een geschikt moment hun punt, later ‘pint’ genoemd, te kunnen maken. Maar was daarmee dan ook de alcohol van tafel? Luister mee!

Nu jullie de spijkers nog in het hoofd hebben van gisteren avond en nog zwak ziek en misselijk zijn, zal ik jullie vertellen wat de gevolgen zijn nu jullie vandaag toch niet meer zullen drinken” had Eryximaches de zoon van Acumenes gezegd. En Eryximaches vervolgde, “De waarheid over de dronkenschap kan het beste verteld worden als de drank nog in de man is” want “Omdat jullie nog verdoofd zijn zal de waarheid minder hard aan komen zodat jullie vandaag ook niet de behoefte zullen krijgen erg veel te drinken”.

We zien hier een praktijk ontstaan van acceptatie van lichamelijke ongesteldheid door toe doen van alcohol. En Eryximaches was tijdens dat symposium daar, als deskundige uit de medische praktijk. Hij had genoeg gezien over die lichamelijke ongesteldheid en vertelde de aanwezigen dat “in zijn praktijk helder als goud was gebleken dat de dronkenschap een slopende werking op lichaam en geest had”. “Als je verstand hebt, gebruik je geen alcohol” hield hij zijn gehoor voor. Phaedrus uit Myrrhinus viel hem bij door te zeggen dat hij de raad zou volgen en riep de anderen op hetzelfde te doen maar het drinkprogramma was niet van de baan te krijgen ondanks het medisch pleidooi van Eryximachus en zijn ervaringen met alcohol in zijn praktijk. Dat het gezonde verstand het uiteindelijk toch moest afleggen tegenover de alcohollobby bleek uit een stemming waarbij besloten werd elkaar niet op te jagen en te verplichten maar te nuttigen volgens ieders eigen genoegen. En dat doen we nog steeds zonder ons af te vragen hoe het sindsdien met het verstand gegaan is.

Posted in Over alcohol | Tagged , , , | 1 Comment

Wat is een alcoholist

Wat is een alcoholist?

 

In de meest duidelijke en enkelvoudige ontleding van het woord verwijst de term alcoholist naar diegene die alcohol tot zich nemen. Zo noemen we iemand die in een auto rijd automobilist. Voor het gebruik van de term automobilist doet het er niet toe of de persoon een keer in het jaar auto rijd of dagelijks. Het gebruik alleen al van een auto maakt de bestuurder een automobilist. Deze vanzelfsprekendheid gaat ook op voor de alcoholist. Het gebruik van alcohol maakt de drinker ervan een alcoholist. De alcoholist heeft echter kans gezien verwarring omtrent deze bepaaldheid op te roepen. Ontkenning, dat alcohol ook bij een glas effecten heeft, is daar oorzaak van. De alcoholdrinker bepaalde zo het beeld wat we onder alcoholisme dienen te verstaan. Alcoholisten zeggen dat je niet van de een op de andere dag alcoholist kunt zijn. Trekken we dat door naar het gebruik van de term automobilist dan betekend dat wanneer je in een auto stapt en wegrijdt niet vanaf dat moment automobilist bent. Een alcoholist gaat er van uit dat je jaren lang alcohol moet drinken om voor de kwalificatie “alcoholist” in aanmerking te kunnen komen. Deze kwalificatie berust op een taalspelletje. Zij gebruiken de term alcoholist als het al te laat is en de gebruiker verslaafd. Zij negeren dat het drinken van alcohol ook na een glas verschijnselen met zich meebrengt die uitwerking hebben op het lichaam, het begrip en de omgeving. Hier krijgt de term alcoholist een versluierende betekenis omdat het accent op de geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid, of mate van verslaving komt te liggen. Deze opgerekte betekenisgeving versluierd niet alleen de realiteit maar zorgt er tevens voor dat het effect van alcohol niet meer in beeld komt als ongewenst verschijnsel. Alcohol drinken veroorzaakt namelijk onmiddellijk een verstoring in de homeostase en deze verstoring heeft consequenties voor lichaam, begrip en omgeving. Alcohol verdooft de hersenen en veranderd het gedrag. Dit wordt veroorzaakt door het effect dat alcohol heeft op de overdracht van signalen in zenuwen en hersenen. Door deze aantasting verdwijnen bepaalde remmingen bij de drinker. De drinker gaat zich na aanvang van alcoholconsumptie steeds losser gedragen. Hij verliest het aanzijn met de wereld.

 

Alcohol kan er ook voor zorgen dat iemand zich agressief, depressiever of angstig voelt. Dergelijke uitwerkingen zijn op voorhand niet gekend. Daarom kun je een alcoholist niet vertrouwen. We zijn echter alsmaar laconieker gaan reageren op de verschijnselen, waardoor normalisatie en legalisatie kon optreden. Maar ook na normalisatie van de verschijnselen, is niet weggenomen dat alcohol de stemmingen versterkt en dus de homeostase veranderd. Hoe meer iemand drinkt, des te sterker het effect op de omgeving. Door die effecten spreken we dan ook over “kolonialisatie van de leefwereld”, door de alcoholdrinker. De leefwereld wordt verstoort. Dat deze verstoringen divers geïnterpreteerd kunnen worden is afhankelijk van de situatie. Een kind wat last heeft van de dominantie van zijn vader, kan na de alcoholdronk van zijn vader zeggen: “wat is hij lekker rustig”, terwijl de moeder die wel een handje zou kunnen gebruiken in het huishouden over diezelfde vader zegt: “er komt niks meer uit zijn handen”. Een ander voorbeeld van god zegen de greep interpretaties zien we, als een alcoholdrinker na het bezoek aan een uitgaansgelegenheid de ruiten van een bushokje in diggelen slaat. Zijn maten noemen zoiets “stoer” of “cool” terwijl de belastingbetaler zoiets eerder zal aanduiden als “agressie” en “vernieling”. Deze voorbeelden van aanduidingen en interpretaties met betrekking op alcoholgedrag geven aan dat er verschillend gedacht kan worden ten aanzien van hetzelfde gedrag. Dit heeft consequenties voor onze wetgeving want als “stoer”, vernielen kan betekenen en “cool”, agressie, dan is de metafoor “stoer” en “cool” niets anders dan een aanduiding voor ongewenst gedrag. Dit interpreteren van alcoholgedrag wordt echter zowel door alcoholgebruikers als door niet-gebruikers gedaan. Dit heeft consequenties als de meerderheid in een samenleving alcoholgerelateerd is. Doordat bij de alcoholist de werking van alcohol gekend is, kan de drinker zich voorstellen dat alcoholbepaald gedrag voor kan komen en reageert dus laconieker omdat de drinker zich in het gedrag gedeeltelijk herkend. Een alcoholist die zijn vrouw slaat zal niet wakker liggen van een vernield bushokje. Hier zien we het impliciete promillagebewustzijn haar werk doen. Impliciet promillagebewustzijn kan bijvoorbeeld ook tot gevolg hebben dat voetbalkijkend Nederland (piekmomenten in alcoholconsumptie) de agressie op de voetbalvelden laconiek beoordeeld en uit protest de knop op de tv niet afzet. Dit heeft tot gevolg dat agressie in sport impliciet genormaliseerd wordt omdat de kijker toch wel blijft kijken. Het ligt dan voor de hand om sport en agressie als synoniemen te gaan zien waardoor het woord “spel” een nieuwe betekenis krijgt en spel wordt agressiever.

 

Dit “normaliseren van agressie” in de sport gebeurd voor de buis, waar de alcoholdrinkende toeschouwer geen onderscheid meer kan maken tussen sport en agressie wat tot gevolg heeft dat de kijkcijfers hoog blijven. Hoge kijkcijfers zeggen iets over de norm en het is niet voor niets dat alcoholreclames bij sportevenementen het meest in beeld komen. Er worden zelfs biertenten ingevlogen bij internationale sportevenementen. Deze samenhang heeft de alcoholist niet meer in de gaten en de commercieel profiteert daarvan. De alcoholdrinker is dus in feite niet in staat om een juist oordeel te geven omdat het vermogen om juist te oordelen verstoord is. Daarmee zijn we op een glijdend vlak terechtgekomen. We kunnen deze verschuiving ook herkennen bij opvattingen binnen de samenleving over de alcoholist. Zelfs zij, die met belastinggeld hulp moeten verlenen aan de alcoholist, vinden “alcoholist” niet zo’n aardige term. Zij zullen die term dan ook niet gebruiken. Zij vermijden angstvallig het beestje bij de naam te noemen en daardoor kon zelfs de beladen term “verslaving” vervangen worden door de zachte term “afhankelijkheid.” Zachte heelmeesters maken echter stinkende wonden. Dit komt omdat de verslavingszorg alcohol drinken, niet kan zien als deviant gedrag waardoor de drinker niet wordt gezien als een zieke. Maar wat is er in feite werkelijk aan de hand als je alcohol drinkt?

 

Alcoholisme wordt tegenwoordig gezocht in de veranderingen van neurotransmitter systemen. Dit heeft weliswaar het voordeel dat de werking van alcohol gelokaliseerd kan worden, maar heeft tevens het nadeel dat het gebruik en gedrag van de alcoholist buiten de discussie kan blijven. De neurotransmitter systemen zouden samen zorgen voor de versterkende werking van alcohol: GABA, glutamaat, dopamine, serotonine en opioïden. Geconstateerde verstoringen worden echter niet aangemerkt als ziekte juist omdat het veroorzaakt is door genormaliseerd alcoholgebruik. De gevolgen van alcohol op de neurotransmittersystemen worden weggepoetst met antipsychotica en antidepressiva. De alcoholist heeft zo gezorgd voor een farmaceutische industrie die inspeelt op veranderingen in de neurotransmittersystemen. Dit heeft onder andere tot gevolg dat bij depressie of angsten niet meer geadviseerd wordt om alcohol te laten staan of zelfs te verbieden omdat medicijnen voor handen zijn die het mankement kunnen rechtrekken. Medicijnen die inwerken op dopamine of serotonine verstoringen, door het gebruik van alcohol, versluieren het zicht op de werkelijke effecten van alcoholgebruik. De alcoholist kan daardoor gewoon blijven drinken. Medicalisering heeft daardoor gedragstherapie verdrongen. De versterking van alcohol blijft echter plaatsvinden in het mesocorticolimbisch dopaminesysteem waar effecten worden veroorzaakt door middel van connecties met de nucleus accumbens en amygdala. De amygdala kan door alcoholgebruik chronisch aangetast raken en dat heeft tot gevolg dat: “de alcoholist de evidente signalen, die op mogelijk gevaar of onprettige toestanden wijzen, niet meer herkent”. Sociale consequenties hiervan zijn niet te overzien. Toch wordt Alcohol niet gezien als een agonist of antagonist. Agonistisch gedrag is het gedrag dat een alcoholist vertoont wanneer hij niet zeker weet wat hij moet doen en heeft een mengeling van vlucht- en aanvalsgedrag tot gevolg. Dit leidt vaak tot conflictgedrag, waardoor de alcoholist sterk wisselend gedrag (plotseling in plaats van agressief te zijn gaan zitten huilen) of omgericht gedrag, het gedrag dat eigenlijk is bedoeld voor iemand in de omgeving van de alcoholist, afreageren op iets anders. (denk aan de bushokjes, maar ook aan de 200.000 vrouwen en 150.000 kinderen die jaarlijks afgeranseld worden door alcoholisten.) Naast dit alles zien we bij de alcoholist ook een cyclus van spirale disregulatie van beloningssystemen in de hersenen die progressief verergert, resulterend in compulsief alcoholgebruik en het verlies van controle over het consumeren van alcohol. Eenvoudig gezegd: alcohol beloond zichzelf want het neemt de leiding over.

 

‘Tegen-adaptatie’, is de tolerantie die ontstaat voor het genot van het middel bij alcoholisme. Alcohol is door de zwakte van de mens niet te weerstaan en dat heeft gevolgen voor de plaats van alcohol in een samenleving. Deze zwakte heeft de mens al 6000 in zijn greep. Dronken mensen sleepten de alcohol mee over de hele wereld, in hun gebruiken, in hun kennis, in hun bewustzijn, in hun oorlogen en in hun handelen. Gij zult alcohol drinken zegt het geloof van Joden en Christenen. Daardoor is verslaving eerder regel dan uitzondering. Schizofrenie is een primair symptoom van alcoholgebruik. Gelijke neurobiologische afwijkingen onderschrijven dit en tonen daarmee aan dat alcohol de homeostase grondig verstoort. Hierdoor kan een alcoholist ook problemen krijgen met werk, familie, geld en seksualiteit. Hoewel in de Joods-christelijke cultuur de alcohol ingefokt is, en dus genetisch bepaald, is het moment waarop je alcoholist wordt afhankelijk van je omgeving.Door commercialisering van alcohol is die kans aanzienlijk verhoogt. Onder moslims, die van hun geloof niet mogen drinken, komen we zelden alcoholisten tegen. Daardoor weten we ook dat alcoholisme te maken heeft met erfelijkheid, persoonlijke kenmerken en omgevingsfactoren.

 

Omdat alcohol commercieel in onze samenleving gelegaliseerd en genormaliseerd is zijn wij het die het meeste risico lopen alcoholist te worden. Daarbij worden misleidende beelden niet geschuwd. Alcohol wordt meestal ongenuanceerd in verband gebracht met gezelligheid. Zoiets wordt van kinds af aan al opgeslagen in de hersenen. Dit positieve beeld, dat vaak toeneemt in de tienerjaren, verhult meestal de negatieve kanten zoals agressie, verkeersongelukken, vandalisme, mishandeling onder invloed van alcohol. Hoe meer men drinkt, hoe minder men in staat zal zijn normaal te blijven functioneren. Men gaat zichzelf overschatten en doet dingen, vaak ook in groepsverband, die men nuchter nooit zou doen. Voor tieners is zelfs het comazuipen een normaal verschijnsel geworden. De maatschappelijke schade ten gevolge van alcoholgebruik en de kosten voor de belastingbetaler is vele malen groter dan die van alle andere drugs bij elkaar. De alcoholist wil dit echter niet inzien en omdat 85% in onze samenleving alcoholist is, heeft het alcoholisme ook politieke consequenties. De liberalen, een politiek-maatschappelijke stroming die haar oorsprong kent in de Verlichting van de 18e eeuw, is vanouds een alcohollobbyclub. Ze hebben sindsdien ruimschoots baan gekregen om alcohol aan de mens op te dringen. Zij hebben daar alle media voor gebruikt. Maar ben je eenmaal verslaafd moet je het wel zelf uitzoeken. Realiseren we ons dat gebruik van alcohol invloed heeft op het totale organisme en alle hersenfuncties, dan benaderen we de staat wel van de éérste drinker, maar zijn we nog niet veelwijzer omtrent de geschiedenis van zijn gevoelens, gedachten en gedrag (ken u zelf). Men moest namelijk nog overeenkomen wat er nou precies gebeurde toen de eerste mens dronken was. Dat heeft men nagelaten en we schrijven dit toe aan het geheugenverlies en de onverschilligheid van de dronkaard. Toch moet de éérste dronken persoon voor zichzelf en voor de ander een raadsel geweest zijn. Maar om het raadselachtige een gezicht te geven creëerde de dronkaard dus een metafysica. De ultieme vlucht om verantwoording voor het gedrag te uit de weg te gaan. De vraag, “wat voel jij” en “wat mankeert jou” zal meerdere malen gevallen zijn, voordat er enigszins zicht kon komen op de effecten van alcohol die het daaruit voortvloeiende gedrag bepaalde. Helaas ging de mens die vragen uit de weg en hij verschool zich achter de wil van een God. God werd de redder van de alcoholist en daarmee is ook de tragedie ontstaan, want hoe kun je volhouden dat God een voorkeur had voor één bepaald volk, die anderen bovendien afhankelijk maakten?

 

Hoe is het mogelijk dat alcohol een goddelijk product is, als het mensen aanzet elkaar naar de keel te vliegen tot bloed vergieten en oorlog toe? U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen dat als men zich vreemd begon te gedragen, afwijkend van de bestaande norm, op basis van een dronk of het eten van overrijpe vruchten, dat men dan nog niet kon weten wat er gebeurde. Deze onwetendheid vroeg om een moraal. Wat er gebeurde door het gedrag van de alcoholist, vroeg slechts om herkenning en erkenning. Maar die herkenning was er aanvankelijk niet, dus werd de uitleg voor het gedrag een fantasma en een morele categorie. Tegenwoordig noemen we datgene wat we kunnen waarnemen als afwijkend gedrag, maar waarvan de gronden niet gekend zijn, een psychose. En dat is precies wat er aan de hand was toen Noach zich dronken en naakt toonde aan zijn zonen. In dit gegeven ligt ook de oorsprong van de menselijke agressiviteit (aanvallen), een kwaliteit die aan alcohol toebedeeld kan worden, omdat natuur met cultuur in strijd gebracht werd. De natuur van de mens kwam tegenover de cultuur te staan. Zo ontstond de tragedie. (de eigenschappen van de tragedie wordt later besproken) Tussen de zonen van Noach ontstond een conflict. Dualiteit zag het licht, maar de natuurlijke tegenstelling tussen goed en slecht werd door de alcoholgebruiker al snel getransformeerd naar goed en kwaad. Het woord “kwaad”, wat ingeruild werd voor het woord slecht, kreeg tevens een morele betekenis. Moraal gaat over het behoren (cultuur) en niet meer over het zijn (natuur). Dit behoren werd aan de mens, vaak met geweld, opgelegd door, stamvaders, priesters en later door koningen. Zij zagen zichzelf als toebedeeld door “God” met een morele geest. Moraliteit is een verplichting van buiten af. Omdat Alcohol gelijkgesteld werd aan de “God” en later Geest, kunnen we deze in de literatuur op verschillende manieren tegenkomen waar het te maken kan hebben met geloof of bovennatuurlijke krachten. Maar in meeste gevallen heeft spiritualiteit van doen met de persoonlijke innerlijke ervaring. Bij die innerlijke ervaring werkte voor de drinker de alcohol, en dat is wel iets anders dan de stationaire homeostase. Helaas had de alcoholist daar geen notie meer van.

 

Posted in Over alcohol | Tagged , | 1 Comment

Hallo Jij

Welkom bij DeNatuurlijkeRoes.

Posted in Geen categorie | 1 Comment