Help alcohol
OVER ALCOHOL
Permillage Conscious
Veel meer alcohol
Wij over onszelf
Links
Tips
Gezondheidstips
Wist u dat...
Onderzoek/vragen
Sitemap

 

 

 

Wij van DeNatuurlijkeRoes doen dagelijks onderzoek naar de effecten van alcohol op de mens en de mensheid. DeNatuurlijkeRoes is een onafhankelijke beweging. DeNatuurlijkeRoes is niet afhankelijk van geldschieters die we naar de mond moeten praten. Ook zijn wij niet van de AA. Ook worden we niet aangestuurd door de alcoholindustrie. Wij zijn nergens aan verslaafd dus ook echt vrij om te kunnen oordelen. Daardoor zijn we de tegenhanger van de gevestigde alcoholhoeders. De beweging bestaat uit mensen die zelf geen alcohol gebruiken, al meer dan vijf jaar niet gebruikt hebben en dat in de toekomst ook niet zullen gaan doen omdat ze doordrongen zijn van waar het toe leidt. Resultaten van onderzoek zijn daardoor 100% alcoholvrij. No-alcohol, no-nonsense is onze drijfveer. Daarom beginnen we hier met een onderscheid te maken tussen een Natuurlijk organisme en een organisme dat gestuurd wordt door Promillagebewustzijn.

 

 

Promillagebewustzijn
 

 

Promillagebewustzijn is pas ontstaan na het drinken van alcohol en dat type bewustzijn is al meer dan 5000 jaar actief in het organisme van de alcoholdrinkers en via hen in de samenleving. De huidige westerse wereld wordt grotendeels op bijna alle fronten gedomineerd door het promillagebewustzijn van de alcoholdrinker en werkt door in dat wat mensen doen en dat wat mensen vergeten of niet willen weten. Promillagebewustzijn heeft inmiddels tot gevolg dat jaarlijks 2.5 miljoen mensen sterven als resultaat van het drinken van alcohol. Hoe heeft dergelijke vorm van onverschilligheid kunnen ontstaan en onze samenleving kunnen infecteren? Daarvoor moeten we terug in de geschiedenis en achterhalen op welke wijze alcohol promillagebewustzijn heeft voortgebracht en welke consequenties we daarvan nog dagelijks tegenkomen

             

 

Oorspronkelijk bewustzijn

Mensen hebben een aangeboren natuurlijke macht over zichzelf en we noemen deze macht bewustzijn. In dit geval is bewustzijn kennis van de eerste soort. Deze kennis betreft de particuliere gevoelens opgedaan door onze zintuigen. Dat moet Thales van Milite, (624 v.Chr) de eerste wetenschapper in de westerse geschiedenis, ook aangevoeld hebben, want toen ze hem vroegen: “wat kunnen we kennen?”, zei hij: ”Ken uzelf”. Het “zelf” is primair prikkelingen en is als zodanig door het protolichaam te ervaren als bewustzijn. Het protolichaam ervaart zich middels bewustzijn als organisme en omdat prikkels niet op voorhand gekend kunnen zijn is individuüm (beleving van het organisme als onderdeel van het universum) tevens een superpositie vanuit niets en nergens van verschijnen en verdwijnen. Protolichaam verwijst naar interne vaardigheden die tot uitdrukking komen in wat wij de homeostase zijn gaan noemen en staat voor een automatisch optredende regulatie van temperatuur, het zuurstofgehalte, de PH in het lichaam en interne chemie. De ervaring van de homeostase is op te vatten als kernbewustzijn.

Voorlopige bepaling promillagebewustzijn

Drinken we alcohol, dan creëren we een tweede soort bewustzijn. Dit komt omdat het kernbewustzijn veranderd vanwege de verdoving door alcohol,verandering van de interne chemie en het verlies van ervaringen met de stationaire homeostase. Het bewustzijn maakt hierdoor een opwaartse spin waardoor we gronden, die gelegen zijn in de homeostase, verliezen. Het subject, de alcoholgebruiker, veranderd daardoor ook intern door toedoen van de stof alcohol omdat het de gronden verliest. Het essentiële van deze verandering is gelegen in het gegeven dat de natuurlijke ervaringen van het zelf, het oorspronkelijke, door iets kunstmatig beïnvloed werd. De invloed van alcohol op het lichaam brengt een verschil tot stand binnen dat ene lichaam: het subject. We duiden dat verschil aan met: nuchter versus dronken. Het lichaam kan dus enerzijds natuurlijk zijn (nuchter), maar anderzijds ook kunstmatig beïnvloed (dronken). Door de dronk ervaren we een subjectverandering. Deze stemmingswisseling heeft niet alleen gevolgen voor het subject, het heeft ook filosofische consequenties gehad en grijpt diep in, zelfs in het wetenschappelijk begrip. Subject, in de zin van substantie, zou het wezenskern zijn van het ding ofwel dat wat blijft bestaan onder wisselende omstandigheden. Het behoeft geen betoog dat na alcoholgebruik hiervan geen sprake meer is, want het subject is immers aan veranderingen onderhevig. Door het effect van die verandering wordt bewustzijn een toestand van zoeken, dat door uitwendige oorzaken bepaald wordt. De alcoholdrinker vertrekt bij elke slok meer weg van zijn oorspronkelijkheid terwijl hij toch blijft zitten. Het primaire bewustzijn wordt een secundair bewustzijn. En na de dronk wordt het secundair bewustzijn primair. In de uitspraak "de man nam een biertje, het biertje nam een biertje, het biertje nam de man" is deze gestaltswitch zichtbaar gemaakt. Het subject versluierd hierdoor zichzelf. Dit bewustzijn, dat door alcohol bepaald is, noemen we promillagebewustzijn. 

Het “ken uzelf” is door alcoholgebruik getransformeerd naar “ken het ander”. Het object van bewustzijn is dan niet meer de natuur (ken uzelf) maar wordt cultuur (ken het andere). Daarmee correspondeert een enorme verdoving en een al niet meer mededeelzaam angstgevoel voor de macht van de roes. Deze voortgebrachte afgrond werd al snel in verband gebracht met de Dionysos (God van de wijn) cultus. Deze alcoholcultuur werd op gang gebracht door Noach, die in de bijbel gezien wordt als de eerste wijngaard bouwer, maar ook als “de vader aller volkeren”. Volgens de Bijbelse tijdlijn zou Noach in 2990 v.Chr. zijn geboren en de Zondvloed had volgens dezelfde bron plaats in 2390 v.Chr. Noach cultiveerde na de Zondvloed voor het eerst de druivenrank voor alcoholproductie.

Noach was de eerste wijnboer in de Nieuwe Wereld. (oude testament) Noach zien we hier in bezopen toestand. Sem werd als zoon door Noach gezegend met zijn alcoholgenen en hij werd ambassadeur ten behoeven van de alcoholcultuur.

Promillagebewustzijn en verbreiding ervan is dus ongeveer vier tot vijfduizend jaar oud. Omdat Noach de vader is van alle volkeren en de alcoholcultuur na hem verbreid, is alcohol genetisch bepaald in zijn nageslacht. (zie de geschiedenis van alcohol) Geschriften na Noach dienen dan ook vanuit dat gegeven bestudeerd te worden. Alcohol werd nadien gebruikt en voortgebracht door voornamelijk geestelijken, koningen en hun schrijvende dienaren, door legeraanvoerders, bestuurders en filosofen. Voor de gewone burgers waren er wel waarschuwingen. Maar omdat alcohol de natuur vervluchtigd, waardoor het organisme van de alcoholdrinkers zich fundamenteel is gaan onderscheiden van natuur, is het effect daarvan tevens een mogelijkheidsvoorwaarde tot metafysica gebleken. Dat kunstje werd de nietsvermoedende burger voorgehouden en zelfs opgelegt. De drinkende mens schiep met alcohol twee werelden, want door verlies van de primaire prikkelingen (homeostase) ontstond zoiets als het bovennatuurlijke en daarmee werd een scheiding aangebracht tussen prikkelingen van het “gewone” leven en het “hogere” wat gekenmerkt werd door begrippen die een algemeenheid zouden aanduiden.

Algemeenheid wil zeggen dat verschil, wat eigen is aan de natuur, opgeheven wordt. Algemeenheid (Lat: universaliteit) betekent in de wiskunde en logica dat een eigenschap voor alle elementen van een verzameling geldt. Alcohol heeft hierdoor een stempel gedrukt op het leven van de mens maar voornamelijk op de universiteit, doordat men het gegeven van de invloed op het subject veronachtzaamde. Het meest duidelijk komt dit naar voren bij Aristoteles. Door hem wordt de vraag gesteld of we het over één of twee wetenschappen moeten hebben. In het boek Gamma zegt hij: Er bestaat een wetenschap van wat is in zoverre het is. Hiermee wilde hij de wetenschap scheiden van alle bijzondere wetenschappen, die slechts een deel van wat is bestrijken. Anderzijds heeft Aristoteles het ook over de Eerste filosofie, die zich met het hoogste zijnde bezighoudt, het “zijnde” wat bestaat uit pure vormen. Aristoteles lijkt probleemloos van de ene opvatting naar de andere over te gaan. Deze stemmingswisseling moet hij opgedaan hebben in de school van Plato waar tijdens de symposia (drinkgelag) alcoholgebruik genormaliseerd was. Men zag in die tijd geen probleem in het verschijnsel van de stemmingswisseling wat de wereld toch opdeelde in het lagere en het hogere. Dit probleem vooruitschuiven en niet aangaan, de praktijk van de dronkaard, heeft echter wel geleid tot wat nu bekend staat als: de Seinsvergessenheit. (Dit onderwerp wordt later nog uitgebreid besproken.) Door toedoen van alcohol en het ontstaan van metafysica werd ook het ontstaan van een Goddelijkheid (het hogere) mogelijk en met God een speculatieve wereld. Parmenides (540 v.Chr) heeft laten zien hoe zoiets tot stand kwam. Hij liet zich in een gedicht met een span paarden hoog boven de steden der mensen wegvoeren, naar de hemelen (lees alcoholroes), om daar via een Godin de wetten van “kennis” te krijgen. Kennis, werd dus mogelijk door het: identificeren met het niet identieke. Het gedicht bestaat voornamelijk uit wat de godin te melden had. De inhoud van het gedicht liet hij los op de mensen om ze te laten zien dat hun “alledaagse leven en denken beperkt was”. Hij stelde het denken en de mening van gewone mensen tegenover “a-lètheia”, het Griekse woord voor “waarheid”. We zien hier in feite, middels het begrip “waarheid” de oorsprong van “wetenschap”, maar ook een praktijk van wetenschappers om gedachten en meningen van “gewone” mensen te schofferen.

Parmenides verkondigde dat in de a-lètheia alles aan het licht kwam wat voor gewone mensen (lees nuchtere mensen) verborgen bleef. Maar deze tegenstelling heeft enkel tot stand kunnen komen omdat hij dronken was en het gewone volk niet. Het gewone volk moest immers werken. Alcohol was voorbehouden aan de elite en Parmenides behoorde tot die elite. Hierdoor weten we ook wat er bij Parmenides “in de man” was, als: “de beperkte visie van ons dagelijks leven opengebroken werd”. Het stimulerende effect van alcohol wordt namelijk veroorzaakt door stijging van de extracellulaire concentratie dopamine in mesolimbische circuits, maar ook kunnen stijgingen in extracellulaire noradrenalinespiegels bijdragen aan dit effect. Vanuit deze effecten op zijn organisme, gaf Parmenides aan: “dat het beperkte gemiddelde verstand van gewone mensen niet beschikte over het vermogen in te zien dat ook het niet-tegenwoordige tegenwoordig is”. Hij simuleerde hiermee dat de gewone mens niet wist dat als hij op bed lag (tegenwoordige) hij niet op een paard zat (niet-tegenwoordige). Het paard was immers het niet-tegenwoordige in de slaapkamer, voor de op bed liggende mens. Hij verdedigde zich door te zeggen dat hij een ander niet-tegenwoordige bedoelde. We weten inmiddels dat de alcoholdrinker er een gewoonte van gemaakt heeft om uit de realiteit te vertrekken terwijl hij toch blijft zitten. Met andere woorden: Parmenides ging uit de bol. Daarvan getuigd ook zijn gedicht. Want in het dagelijks leven weten we doorgaans heel goed uit elkaar te houden wat er zich om ons heen aandient en wat niet. Een span paarden in de lucht op weg naar een godin is van het laatste een voorbeeld. Parmenides gaat er echter voor om beide (het tegenwoordige en het niet-tegenwoordige) te zien en noemt dat vermogen: Geest. Hierin kan ook de verklaring gezien worden waarom “spiritus” sinds de oudheid een dubbele betekenis heeft van zowel Geest als Alcohol. Denk daarbij aan ons huidige begrip van spiritualiteit wat in de breedste zin van het woord zaken aanduid van de Geest.

Met de term Geest, die bij Parmenides voor het eerst verschijnt, zien we een geschiedenis ontstaan waaromheen sindsdien de Europese cultuur heeft gedraaid. Dit hield echter ook in dat de wereld van wetten en principes, ideeën en causaliteiten, verklaringen en bewijzen uitwendig kon worden door speculaties van mensen, dronken mensen wel te verstaan. Een en ander kon tot stand komen omdat Parmenides had gezegd dat waarnemen van de Geest (alcoholroes) “niet plaats vind met onze lijfelijke ogen, maar dat het toch een waarnemen is, een zien in ruimere betekenis (psychose), namelijk een openstaan voor een zijn wat aanwezig is en plaatsvindt, óók waar volgens het beperkte alledaagse verstand, niet tegenwoordigheid, niet-zijn heerst”. Dit heeft later nog grotere consequenties gekregen, omdat bij Plato (een alcoholist uit 427 v. Chr) het verschil tussen lichaam en geest fundamenteel werd. Aan het lichaam in wisselwerking met zijn omgeving hechte hij niet veel waarde. Hieraan herkennen we de dronkaard die zijn gevoel verdoofd heeft. Hij ging zelfs zover dat hij in zijn dronkenschap ook nog eens een ziel veronderstelde die in het lichaam naast de ervaarbare homeostase zijn werk deed. Alcohol ging een eigen leven leiden. In “De allegorie van de grot” van Plato herkennen we de opgang die een alcoholdrinker maakt als hij dronken wordt. Daardoor weten we dat hij met de ziel de werkzame stof alcohol bedoelde Hiermee wordt het verschijnsel van dronkenschap gelegitimeerd in het “kennen”. Deze en dergelijke opvattingen waren niet alleen een product van fantasma als gevolg van alcoholgebruik, maar het constitueerde tevens het idee van intellect wat door God speciaal aan de mensen geschonken was. Dionysos (de wijngod) werd zelfs officieel toegelaten tot het orakel van Delphi. Keren we terug naar “ken uzelf”, dan blijkt “God”, als voertuig van de Geest, in de grond niets anders te zijn dan een synoniem voor het effect van alcohol, het andere in het lichaam van de mens.

De alcoholpsychose, een tragedie, kon in zoverre reactionair worden omdat het een verandering van de werkelijke misstanden tegenhield.Omdat Geest (lees: het effect alcohol) gezien werd als een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit, die bovendien door gelovigen (lees: alcoholliefhebbers) beschouwd werd als de prima causa (de 'eerste oorzaak') van het universum, beschouwen alcoholisten zich tevens als de kenners van het universum. Dronkaards hebben daardoor, ongeveer 2500 jaar, de mens voorgehouden dat er “eenheid” was in plaats van verschil, “oneindigheid” in plaats van eindigheid, “waarheid” in plaats van toeval en “identiteit” in plaats van veelheid. Maar zij deden dat enkel en alleen om zichzelf en de ander te imponeren met het “intellect”. Door het intellect te verheffen heeft voornamelijk de elite zich kunnen verrijken omdat zij de “heersersmoraal” predikten van “heiligheid” en “wetenschap”. De “gewone” mens heeft zich moeten schikken naar de macht van de “ismen” die bovendien vaak met geweld afgedwongen werden. De mens verloor zijn vrij wil. Die vrije wil kon onderdrukt worden door het idee van geweld. Het idee van militarisme is daar een voorbeeld van. (aan de factor agressie, voortgekomen uit alcohol, wordt later nog de nodige aandacht besteed) De natuur omringt zich niet met vijanden en brengt geen wapens voort. De agressie echter, eigen aan de alcoholist, wat vanaf het Jodendom en Christendom de westerse cultuur bestiert, richt zich voornamelijk tegen de zelfbevestiging van het individuele:de vrije wil. Zelfs de Verlichting, die een onafhankelijke mens voor ogen had, legde het af tegen de machtswil van een priesterklasse en wetenschapslieden die zich inmiddels verschanst hadden in de gefixeerde verhoudingen. De liberalen, een nieuwe elite en aanhangers van de wijngod Liber, sloten naadloos aan bij de ideeënwereld en fantasma van hun voorgangers. Zij onderscheiden zich slechts door hun inzet om ook het gewone volk van alcohol te voorzien, waardoor slaven moderne slaven werden.

In het in de geschiedenis optredende symbool van machtswellust gerelateerd aan alcohol wordt duidelijk dat er niets anders gebeurd is dan het omzetten van alcohol in geest en geest in stof. De mens heeft tot het einde van de negentiende eeuw moeten wachten op de Verlosser die aan deze gesteldheid een einde maakte. Nietzsche, een filosoof die zeer kritisch tegenover alcohol stond, liet zien hoe kleinzielig het intellect is, afgezet tegen de macht van de natuur. God is dood kon hij verkondigen omdat hij had ingezien dat slechts één glas alcoholica het leven in een tranendal had kunnen veranderen. Volgens hem was het de mens overigens niet gelukt door te dringen tot het wezen van de natuur, “omdat de mens het principe van de diferentie (het verschil) dat aan de natuur ten grondslag ligt, op axiomatische wijze (een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde stelling), wordt ontkent bij het creëren van begrippen. Door het medium van de taal is waarheid op en top antropomorf, zo stelde hij en daardoor is waarheid “een totaal van menselijke relaties” maar geen waarheid op zichzelf. (Aan de hand van de ontwikkeling van de Semitische taal zullen we later laten zien hoe een eigen grammaticaal bepaalde relatielogica, de quasi-samenhang van “intellectuele” oordeelshandelingen, een “natuurlijke samenhang” kon voortbrengen.) De nietigheid echter van het gecreëerde en voortgebrachte intellect maakt Nietzsche aanschouwelijk als hij het afzet tegen “ontelbare zonnestelsels waarin op een der hemellichamen ‘slimme dieren’ het kennen uitvonden”. Nietzsche laat ons hiermee inzien dat kennis slechts een oprisping geweest is en hij voegt er aan toe, dat als het “intellect” weer verdwenen is “door het reusachtige zonnestelsel niet zal worden gemist”. De alcoholist is daarmee ontmaskerd want Nietzsche laat niet alleen hun heerschappij zien, hij laat ook zien dat de vijfde dimensie (alcohol), na aarde, vuur, water en lucht, het lichaam ideologisch verblind heeft en hij vergelijkt die cultuur van verblinding met barbarij. (de gevolgen hiervan zullen nog besproken worden) Het promillagebewustzijn is echter een feit.

We hebben in deze “voorlopige bepaling promillagebewustzijn” het effect van alcohol zien ontstaan en we hebben enkele lijnen uitgezet en geproduceerde begrippen en neveneffecten besproken. Alcohol drinken werd de basismethode voor wetenschap omdat daarbij, “de beperkte visie van ons dagelijks leven opengebroken werd”. De alcoholpsychose, een tragedie, kon in zoverre reactionair worden omdat het een verandering van de werkelijke misstanden tegenhield. Wat heeft de wetenschap de mens opgeleverd? In hoeverre heeft de wetenschap werkelijk bijgedragen aan het geluk en welzijn van de mens? Om werkelijk zicht op een antwoord te krijgen kunnen we ont-moetingen (niet-morele) met de actuele mens ontdoen van het promillagebewustzijn. Daarvoor moeten we wel door de sluier van een decoratieve cultuur heen kunnen kijken, want de ideeën zoals ze voortgebracht zijn en gecultiveerd, versluieren een tekort aan werkelijkheidszin omdat de heerschappij van de alcoholindustrie van geen wijken meer weet. De slaaf bepaald het wereldbeeld. Dit onvermogen heeft geleid tot een maatschappelijke driftstructuur, die 2.5 miljoen doden per jaar oplevert. Zien we niet in dat dit alleen rechtstreeks alcoholgerelateerde doden zijn en dus niet alle doden als gevolg van het promillagebewustzijn en de algehele onderwerping, dan blijven we het noodlottige karakter van het promillagebewustzijn legitimeren en normaliseren.

Hierna gaan we na hoe alcohol sinds de Zondvloed en Noach’s dronkenschap de mens in de greep gekregen heeft. We gaan terug in de geschiedenis naar het moment waar Noach, “de vader van alle volkeren”, dronken was. Maar voor we dat doen stellen we ons eerst de vraag: Wat is een alcoholist?

 

 


 

Top
DeNatuurlijkeRoes  | denatuurlijkeroes@live.nl