Help alcohol
OVER ALCOHOL
Veel meer alcohol
pagina
pagina
pagina
pagina
Wij over onszelf
Links
Tips
Gezondheidstips
Wist u dat...
Onderzoek/vragen
Sitemap

Over de echte vrije wil

 

Wat alcoholproducenten u niet vertellen.


Wellicht is het een open deur om te zeggen dat we voortdurend gemanipuleerd worden tot bepaalde beslissingen. Achter die manipulaties schuilen vaak wereldlijke bewegingen die gebaseerd zijn op elementen die u en mij duidelijk moeten maken dat je als individu geen schijn van kans hebt. Die wereldlijke bewegingen noemen we ideologieën. Essentiële elementen van die bewegingen zijn o.a. de leider, de hiërarchie, de verleiding en de lokmiddelen, de media, de feestjes, de symbolen en de oneliners, de mastadonten en de verraders, de jeugdorganisaties en sportclubs, de commerciële ondernemingen en hun reclame monopolies. Deze elementen samengevat vertegenwoordigen de ideologie.

De verwezenlijking van ideeën, zo heeft de geschiedenis laten zien, heeft een onophoudelijke strijd tot stand gebracht. Omdat elk ideaal naar vervulling streeft vraagt een ideaal aan elk individu een persoonlijke inspanning. Een algemeen ideaal eist een gemeenschappelijke inspanning, maar meestal is die eis niet meer verenigbaar met een vrije wil. Een algemene ideologie houdt geen rekening meer met de fundamentele grondslag dat alleen uit kan gaan van Verschil. Juist in dat verschil ervaren wij ons grondrecht: de vrije wil. Daarom is er geen enkele ideologie die de vrije-wil accepteerd. Aansluiten bij, of afhankelijk worden van een ideologie kan dus aanvankelijk wel lijken op een vrije keuze, maar is in feite een onderwerping aan de ideologie. Daarom worden leden van een ideologie ook wel vrijwillige slaven genoemd. Dit laatste is het meest duidelijk herkenbaar aan alcoholdrinkers.

 

Het idee is dat alcohol bevrijdt, maar de praktijk dwingt voordurend tot herhaling van steeds weer meer van  hetzelfde.

Agressieve ideologieën zijn niet te beroerd om bruut geweld te gebruiken. En als dat geweld niet voldoet, omdat de grondslag ervan in strijd is met de vrije wil van de natuur, dan deinzen bepaalde ideologieën er niet voor terug de natuur te dwingen door waarden vast te stellen, om te kunnen blijven beslissen wat goed en kwaad is. Ideologen houden niet van de natuur, stellen geen vragen meer naar de gronden van ons natuurlijk zijn. Wie kent zichzelf noch in zijn natuur? Wie weet, door dat wat men allemaal van hem wil, nog wat hij zelf in zijn diepste onwetendheid Wil? Wie kan zich nog ontdoen van het moeten, het behoren, de moraal? Wie kan nog afdalen naar de gronden, voordat hij zichzelf als ideale mens ziet, waar een niet te relativerend inzicht slechts aan kan zetten om het juiste te doen?

Moraal is de verplichting, een verplichting van buitenaf, de hoeder van de normen en waarden is zo de politie van onze ideeën geworden. Want als we zondigen tegen de verplichtingen, tegen de druk ingaan, dan voelen we ons zelfs schuldig. Maar wat is dan nog vrij-wil-ligheid? De mens van tegenwoordig is niet alleen slachtoffer van de dictatuur die economie genoemd wordt, die alleen luisterd naar "voor wat, hoort wat" en de macht van het geld daarbij. De tegenwoordige mens is daarnaast tevens met handen, voeten en mond gebonden aan de psychologie van de moraal: het behoren en de norm. We moeten gezellig zijn en gezelligheid kan volgens de ideologie van alcoholproducententen niet zonder alcohol.

Door het blijven produceren van kennis, tot in de kleinste details, vervreemden wij meer en meer van de wereld van de echte vrije wil. De monopolisten van de kennis, hebben ons geleerd om de gronden van de wil, waarop tot nu toe door hen ongegeneerd gemoraliseerd en geïdealiseerd is, anders te bekijken. Dionysos, de god van de wijn, is uiteindelijk ook de god van de leugen en de duisternis en het verdonkermanen van van al wat echt is.

Het beslissend criterium voor ons is de vraag: "hoeveel moraal kan iemand uit vrije wil verdragen?" Maar ook: "welke rol speelt alcohol daarbij?" Waarom telkens opnieuw beginnen en herhalen in de weet dat verslaving ons toch weer op een dwaalspoor zet, verdoofd, wetenschappelijk, ironisch zelfs? Waarom dan toch naar de voorgrond gebracht waar het met opzet elke vrije wil versperd? De drinkers onder ons doen er goed aan deze vraag nuchter te overwegen want voor de vrije wil is geloven in een ideaal en de moraal ervan geen blindheid maar lafheid.

Voor de vrije wil hoeven we geen idealen te weerleggen, want we hoeven ons niet gebonden te voelen aan vaste ruimteverhoudingen omdat we zelf-verantwoordelijk zijn. De alcoholdrinker kan niet meer zelf verantwoordelijk zijn laat staan plezier beleven. Ik als nuchter mens verricht iets omdat ik er plezier aan beleef. Ik kan namelijk niet Niet werken. Deze ervaring brengt verandering in de kwaliteit van ont-moeten en dus tevens in de hoedanigheid van de werkelijkheid. Bij meer van hetzelfde is dat niet meer het geval. De alcoholdrinker vertrekt bij elke slok terwijl hij toch blijft zitten telkens als hij drinkt. Waar naar toe hij vertrekt laat een dronkaard in het midden. Hij legt de verantwoording voor zijn gedrag ongegeneerd bij zijn omgeving. Daardoor toon hij slechts het "idee" van het degenererende instinct, dat zich met vernietigende wraakzucht tegen het leven keert. Toch heeft hij telkens het hoogste woord. Waarom kennen wij iemand die bewust zijn bewustzijn ontbindt en zijn hersenen verdoofd toch zo'n grote macht toe? Willen we zoiets begrijpen, dan dienen we de moraal en het ideëel motief omtrent alcohol op te geven, want voor de vrije wil is begrijpen: vat krijgen op veranderingen. Dit is iets anders dan het vasthouden aan dogma's en de impliciete verslaving. De vrije wil is geen ja-knikker. In het dionysische symbool, te verstaan als de noodwendige eeuwige terugkeer naar de fles, is die uiterste grens van het "ja zeggen" bereikt.

Bij het ontstaan van de liefde voor het dogma, door ons ontmaskerd als bijverschijnsel van alcoholafhankelijkheid, kunnen we al in de eerste geschiedschrijving verwijzingen zien naar priesters die daar als "onderwereld creaturen" afgeschilderd werden en als een "geniepig soort dwergen" werden voorgesteld. Door "Het "bloed" van Christus te drinken als een eeuwig verbond ter herinnering aan hem" aan mensen verkopen als een goede boodschap, is een psychologie noodzakelijk geworden. In de psychololoog, de vermomde priester in het pak, zien we, als we door het promillagebewustzijn heen kijken, nog steeds de geniepige dwerg.

Bij psychologie gaat het om verheffing boven vrees en medelijden en daarom gaat het bij psychologen niet om het zijn, maar om het worden. Worden, is een poging één te worden met de eeuwige lust, ons wordt voorgehouden de lust van de dionysische, de onderwereld roes, dus eenwording door de alcoholroes. 

Maar als ook zelfs die kennis aan banden wordt gelegd, of gekapitaliseerd door het bedrijfsleven via betaalde professoraten aan universiteiten, dan ontkrachten zij niet alleen de vrije wil maar ook de menselijke werkelijkheid.

Daarom ligt het accent bij het houvast krijgen op veranderingen bij het ervaren van ruimte voor de zelf-keuze binnen alle mogelijke veranderingen. Maar er is geen zelf-keuze als je slaaf bent van alcohol want dan kiest de alcohol en er is ook geen verandering als je steeds weer naar alcohol grijpt. Alcohol verhinderd dus de zelf-keuze én de veranderingen. Met de zelf-keuze openbaart uiteindelijk de ont-moeting. Waar geen zelf-keuze kan zijn is geen ont-moeting mogelijk, omdat men zich verplicht overeenkomstig een op voorhand geldend moreel dictaat. Stelt een dictaat ons de vraag of het gezochte al op voorhand gekend kan zijn, dan maken we bij een ja-bevestiging van die vraag telkens nieuwe afgoden. Een afgod wordt gecreëerd door meer van hetzelfde. Nieuwe afgoden vermommen zich in een wereld van schijn.

Zo is voor de huidige mens, in naam van de tegenwoordige economie en in naam van een oude god, bijna alles geoorloofd. Tot zover heeft de ideeënwereld de particuliere wil in de macht.

Maken we ons echter een voorstelling, dan is dat een eigen voorstelling vanuit de Wil. Bij de drinker komt de voorstelling voort uit de alcohol en niet meer uit de vrije wil. Wil gebruikt onze lichamen als instrument en dit gebruik is persoonsgebonden en per individu verschillend. Om de wil te kunnen ervaren, zal je dat wat je hebben wil (het object), het hebben van het ding als zodanig, los moeten laten en niet meer beleven als verschijnsel (als voorstelling/idee), maar ervaren als wil. Alcohol belemmerd de mens dit te ervaren. Een slaaf kan dit niet meer, omdat hij zich afgesloten heeft van elke natuurlijke grond. Ideeën, voorstellingen zijn aan ruimte, tijd en individuen gebonden, maar dat is de Wil niet. De Wil achter al deze verschijnselen zijn geen afzonderlijke wilsbesluiten, achter verschijnselen is alles Wil. En alles is het ongeschonden geheel.

 

Het ongeschonden geheel, het onvatbare, het onverklaarbare, het ongewone, het ongrijpbare brengt ons bij het meest wezenlijke, meest innerlijke van de mens: het aanzijn. Toch wordt er alles aan gedaan om de mens van dat aanzijn af te houden. Het meest bedreigend zijn de onrustbarende fluctuaties van geldstromen die in dienst staan om mensen, productiekrachten, om te kopen ten gunste van technische ontwikkelingen die louter gebaseerd zijn op de logica van berekenend denken. De mens zal nog meer dan nu het geval is, op alle gebieden van het leven, door de macht van geld worden ingesloten. Aan die slavernij valt alleen in ideologisch opzicht te ontsnappen, want in de realiteit worden we gedwongen alles, maar dan ook alles voor geld te doen. De afhankelijkheid van geld heeft al lang de menselijke wil en beslissingskracht overmeesterd en dat komt omdat geld niet door alle productiekrachten zelfstandig mag worden gemaakt. Omdat we als productiekrachten ons eigen geld niet mogen maken, moeten we er voor werken en ligt het lot over onze vrije wil in handen van mensen die alleen berekenend kunnen denken.

Berekenend denken is te herkennen aan calculatie en het verlies aan grondigheid. Het berekende denken raast van de ene kans naar de andere en houdt nooit op, staat nooit eens stil en komt daarom ook nooit tot bezinning. In feite creëerde geld met de noodzaak tot calculatie een voortdurende crisis, want er lijkt geen vrije wil meer tegen opgewassen. Helpen geld en dwang niet voldoende om ons in het keurslijf te krijgen, dan werkt de verleiding wel op basis van de kapitalistische mythe dat we “ergens behoefte aan hebben”. Maar in feite hebben we ons als gelovigen van die mythe uitgeleverd aan mode, merkennamen en hebbedingen. En “hebben” maakt het zijn, de “wil” kapot. De verleiding, vermomd in de kapitalistische mythe, wordt gebruikt om greep te krijgen op onze voorstellingen. De kapitalistische mythe van de behoefte aan geld, voorkomt de openbaring van de werkelijke wereld. De impliciete leugen, die met het geld in het leven gekomen is, heeft vanaf haar bestaan als een vloek op de realiteit gerust en heeft de mensheid, door haar toedoen tot in de meest primaire instincten, leugenachtig en vals gemaakt omdat mensen de waarde van het geld zijn gaan aanbidden.

De wereld als Wil, mag echter niet vergeleken worden met de wil van een individu. De wil van een individu is een subjectieve aangelegenheid omdat elk individu onderworpen is aan ruimte en tijd, tussen geboorte en sterven. Leven is slechts geobjectiveerde (tot object gemaakte) in voorstelling gebrachte wils handeling. Daarom manifesteren wij ons door te handelen in ruimte en tijd. En manifesteren wil hier zeggen, de voorstelling willen hebben. Door het hebben, wat ook moeten inhoudt, behoren individuen aan de wereld van de voorstelling(ideeën) en niet aan de wereld van de Wil. Maar als we de Wil weigeren of ontkennen, kunnen we ook niet aanraken met het Zijn. Dan is het leven aldus Schopenhauer “niets anders dan een keten van ontgoochelingen”.

Maar wij weten na nu wel beter! We kunnen ons namelijk ontdoen van het berekenend denken door stil te staan bij dat wat ons werkelijk aan-gaat, waardoor we werkelijk ont-moeten, waarbij bezinning mogelijk is, een denken dat vanuit de wil na-denkt over de zin die heerst in alles wat er is. Daarom is elke ont-moeting, ook zelf-verantwoording voor “dat-wat-er-is”. Zelf-verantwoording is een onvoorziene bijdrage aan dat-wat-er-is en telkens een open-baring. In elk ont-moeten als we het na-bije aangaan, waardoor we het ongrijpbare en onverstaanbare aanraken, komt ons ook het grijpbare en verstaanbare toe. Waarom? Omdat er een Wil bestaat, waarin de mens pas echt kan wortelen. Voor vaste grond is het immers voldoende als we ont-moeten. Een ont-moeten waarbij we stil staan en nadenken over dat wat ons toekomt, hier, nu, op dit moment in de geschiedenis.

Top
DeNatuurlijkeRoes  | denatuurlijkeroes@live.nl